Nederlandse distributeur Cherry Pickers komt naar België

De filmdistributie in ons land krijgt er nog een kleine speler bij nu het Nederlandse Cherry Pickers zijn terrein naar België uitbreidt. Aan het hoofd staat Huub Roelvink, die al aardig wat watertjes doorzwommen heeft. In het verleden stond hij mee in voor de programmatie in de Amsterdamse bioscoop Kriterion, en recenter stond hij aan het hoofd van het filmhuis annex de cultuurtempel LUX Nijmegen. Als voormalige directeur van Imagine Nederland en Cinema Delicatessen kent hij ook het distributiewereldje door en door.

In Nederland bracht het in 2016 opgerichte Cherry Pickers tot dusver onder meer The Daughter (2015, Simon Stone) en de documentaire Oasis: Supersonic (2016, Mat Whitecross) in de zalen. Ook op de gefragmenteerde Belgische distributiemarkt richt Cherry Pickers zich op de kleinere arthousefilms. Worden binnenkort verwacht in de Belgische bioscopen: Lady Macbeth (2016, William Oldroyd, release 12 april), The Day Will Come (2016, Jesper W. Nielsen, release 3 mei), The Nile Hilton Incident (2017, Tarik Saleh, release in de zomer) en de documentaire La Chana (2016, Lucija Stojevic, release 31 mei). Wij hadden een gesprek met oprichter Huub Roelvink, behalve zakenman ook gepassioneerd door cinema. “Ik geloof nog steeds heel erg in arthousecinema, als kunstvorm maar ook als een succesvolle business.”

FILMMAGIE: Welk type film zou u graag met Cherry Pickers naar Vlaanderen willen brengen? En wat zijn de criteria om de filmrechten aan te kopen?

HUUB ROELVINK: Wij zijn zoals onze naam al doet vermoeden altijd op zoek naar pareltjes die kwalitatief bijzonder zijn, maar die we ook nog op de een of andere manier aan de man kunnen brengen, en dat is niet zo eenvoudig. We beperken ons niet tot specifieke genres, hoewel wij ons wel uitsluitend op arthousefilms richten. Dat kunnen ook af en toe documentaires zijn. Maar horror of actiefilms zal je ons bijvoorbeeld niet zien doen. Ik vind het moeilijk om heel specifieke criteria te vermelden, behalve dan dat we het zelf goed moeten vinden, en dat we er een publiek voor zien. Waarschijnlijk zal er na verloop van tijd wel een duidelijke signatuur komen, zo van ‘dat is een typische Cherry Pickers titel’!

Hoe kijkt u naar het distributielandschap in de Benelux, dat naast enkele grote spelers ook bestaat uit vele kleine distributeurs?

H. ROELVINK: Da’s een goede vraag. Kijk, de toegang tot die markt wordt steeds eenvoudiger, zeker nu de digitalisering wat verder gevorderd is. Dat betekent dat er kansen zijn om heel gespecialiseerd te gaan werken. Ik denk ook dat films er bij gebaat zijn om voldoende aandacht te krijgen van de distributeur. Ik zie toch vaak dat wij voor een film die voor ons een gemiddeld tot grote titel is meer kunnen betekenen. Voor een grote distributeur met 40 titels per jaar is dat gewoon een kleine film erbij. En dat zie je terug in de resultaten. We geven die ene film heel veel aandacht omdat het voor ons heel belangrijk is om die film tot een succes te maken, terwijl het voor een grote distribiteur bijna een noodzakelijk kwaad is dat die film ook nog uit moet.

Voor het publiek is het misschien wel lastig omdat er een groot aanbod is. Er is ook te veel druk op de zalen. Een film die redelijk loopt, maar geen stormloop ontketent moet plaats maken voor alweer de volgende releases die staan te dringen. Jammer omdat zo een film eigenlijk meer potentieel heeft.

In Vlaanderen resten er naast de multiplexen genre Kinepolis nog maar enkele arthouses en een paar dorpsbioscopen. Zo vinden kleinere titels geen scherm meer.

H. ROELVINK: Ja. Dan heb je bijvoorbeeld onze eerste release Les ogres (niet in België uitgebracht nvdr), die we kochten nadat ie in Frankrijk was uitgegaan. Prachtige, heel kwetsbare film, die dan ook nog eens meer dan 2 uur duurt. Zo’n pareltje krijgt nauwelijks de kans zich te bewijzen. Dat is ook het gekke aan die markt; je krijgt zo tegelijk ook de kans heel veel succes te hebben. Het blijft onvoorspelbaar. Soms heeft een kleine distributeur onverwacht een enorm succes in zijn portfolio. Dat is leuk. Tegelijkertijd heb je dan de grote spelers zoals een Universal, die veel cross-overtitels hebben. Hun grote arthousefilms, het Oscarmateriaal zeg maar, houden veel zalen bezet, zeker in Oscartijden.

Een La La Land, een Moonlight?

H. ROELVINK: Precies. Moonlight zit nu toevallig wel bij een onafhankelijke distributeur (in Nederland: Splendid, nvdr), maar Manchester by the Sea zit bijvoorbeeld bij Universal. Zo zijn er veel voorbeelden. Die films doen het waanzinnig goed, maar ze houden ook veel schermruimte bezet. Op zich is dat wel oké, want het zijn natuurlijk straffe films, maar het zijn ook wel geen kleine, kwetsbare films meer. Er zijn weinig kansen voor de wat kleinere films in de Oscarperiode. Met Moonlight zijn we trouwens nog serieus bezig geweest nadat we hem zagen op de première in Toronto. Dat was toen nog een heel kleine film, maar we wisten meteen dat het wel eens heel groots zou kunnen worden. Maar goed, het heeft niet mogen zijn voor ons. De Oscarbuzz begon al te spelen, en hij werd voor veel geld verkocht.

Terug naar de Benelux. Er is allicht sprake van een grote concurrentieslag met zo’n gefragmenteerde markt vol kleine distributeurs?

H. ROELVINK: Absoluut. Moordende concurrentie, zeg maar (lacht).

Verstikken jullie elkaar niet?

H. ROELVINK: Het is heel moeilijk en lastig iets aan te kopen, en daar gaat het natuurlijk om. Die hevige concurrentie is er al sinds ik rondloop in deze markt. Dat is allicht de keerzijde van die gezonde markt. Net omdat ze zo gezond is, betekent het dat er veel spelers zijn die ook geld proberen te verdienen. Daar moet je dan toch proberen je weg in te vinden.

Welke uitdagingen ziet u hier in België?

H. ROELVINK: Ik merk dat de markt nog veel moeilijker is dan in Nederland omdat er inderdaad veel minder schermen zijn. Zo wordt het veel lastiger om je investeringen terug te verdienen. De risico’s zijn in België dus groter. Ik hoop dan ook heel erg dat er ook hier partijen zullen opstaan die steun bieden aan de sector, zoals in Nederland, waar er veel gemoderniseerde, uiterste professionele arthouse bioscopen zijn die het erg goed doen. Ze worden lichtjes gesubsidieerd, maar teren vooral op gezonde omzetten. De mensen van Lumière, die het zwaar hebben momenteel, zeiden me dat ze graag weer willen investeren in bioscopen. Dat wordt erg belangrijk in België de komende jaren. Maar ik geloof in de Belgische markt. Het is een heel cinefiel publiek, en ik hoor bijvoorbeeld ook dat er veel culturele centra zijn waar films gedraaid worden, en waar veel publiek naar toe komt.

Ik geloof nog steeds heel erg in arthousecinema, als kunstvorm maar ook als succesvolle business. Mensen gaan gewoon graag naar de bioscoop en er worden ook veel goede films gemaakt. Ik zie daar absoluut een toekomst in. Commerciële en arthousecinema kunnen prima naast elkaar bestaan. Arthouse heeft nog een lange toekomst. Dat kan je heel goed zien in Nederland, waar dankzij investeringen en moderniseringen mooie culturele hotspots ontstaan zijn waar mensen graag komen. Daar kan je nog jaren mee door. Ook in België is het nodig daarin te investeren.

Cherry Pickers werd pas in 2016 opgericht. Wat waren tot dusver de meevallers en de tegenvallers in jullie Nederlandse portfolio?

H. ROELVINK: Oasis: Supersonic bleek toch een beetje een tegenvaller. Ik had gehoopt en verwacht dat deze documentaire over Oasis, in de jaren 90 toch een bekende, succesvolle, tot de verbeelding sprekende Britse band, meer ging doen aan de kassa. Ik vond het zelf een fantastische film, en hij werd hier in Nederland goed onthaald door de pers, en het publiek dat ging kijken in de cinema was ook enthousiast. Maar dat bleek dus wel een eerder beperkt publiek te zijn. Ik dacht dat Oasis misschien wat breder was dan het in werkelijkheid is. Tegelijkertijd zijn de échte fans een beetje op mijn leeftijd, namelijk halverwege de veertig, en deze mensen krijg je sowieso moeilijker de bioscoop in gelokt omdat ze allemaal heel drukke banen hebben, en dat vaak in combinatie met kinderen. Dat er toch een publiek is voor deze film blijkt uit het feit dat de televisie de documentaire gekocht heeft, en dat hij op dvd goed verkoopt. Een meevaller was The Daughter. Dat was een film die eigenlijk over het hoofd was gezien op de festivals. Hij was al een tijdje op de markt, maar ik pikte hem pas later op. Daar hebben we 20.000 bezoekers mee gehaald in Nederland, en dat is een mooi resultaat.

Hoeveel waren dat er dan voor een tegenvaller als Oasis: Supersonic?

H. ROELVINK: Een stuk of 6 à 7000. Ik had trouwens de Beneluxrechten voor die film en heb hem samen met Dalton Distribution uitgebracht in België, waar ik op dat moment nog geen vaste partner had. Ik was eigenlijk van plan om zo telkens opnieuw via losse partnerships films uit te brengen in België, maar ik kwam er al snel achter dat dat toch heel lastig is. Het was een prettige samenwerking met de mensen van Dalton hoor, maar ik kan met hen bijvoorbeeld alleen documentaires doen. Ik besloot al snel dat ik het dan beter doe in samenwerking met een vaste partner, wat Alibi Communications (die de contacten met pers en vertoners verzorgt nvdr) geworden is.

Interview – Brussel-Amsterdam, 20 maart
Beeld: Lady Macbeth, de eerste Belgische release van Cherry Pickers

Geschreven door NIELS LAVEREN

Nederlandse distributeur Cherry Pickers komt naar België

Media: