Nienke Deutz over Bloeistraat 11

De tweede kortfilm van Nienke Deutz is ferm in de smaak gevallen. Dat jury’s op internationale festivals vielen voor het aandoenlijke, knutselachtige van BLOEISTRAAT 11, is gebleken uit een waslijst aan prijzen, waaronder de Cristal du Court Métrage in Annecy. Het Belgische publiek staat de film snel te ontdekken in een ongezien brede bioscooprelease van een kortfilm.

Nadat Nienke Deutz van de beeldende kunst een sprong waagde in de animatiefilm, werd haar talent vrijwel meteen gespot en aangewakkerd. Met haar afstudeerfilm aan het KASK, Een, twee, drie … piano!, mocht ze voor haar volgende project aan de slag met een VAF Wildcard (60.000 euro). Verschillende producenten schaarden zich achter BLOEISTRAAT 11 (trailer), een intiem verhaal over twee jonge meisjes in plasticine. Ze giechelen, gaan samen in bad en springen op de trampoline tijdens een hete zomer. We zien de wolken doorheen hun transparante lijfjes. Er ligt echter een indringer op de loer, die hun hechte band (origineel gevisualiseerd door hun in elkaar overvloeiende lichamen) zal verbreken: de puberteit.

Deze kleine film sloeg enorm aan en kreeg na de hoofdprijs in de kortfilmcompetitie van Annecy onder andere ook de Silver Hugo in Chicago, de Grand Prix op het internationaal animatiefilmfestival van Parijs en de New Talent Award in Japan (waslijst aan prijzen hier). We praatten met het jonge talent over het belang van het creatieve proces, de vreemdheid van het puberlichaam en een smoezelige studentenbadkamer.

Je film is erg fysiek: er komt bloed aan te pas, spuug en verschillende naaktscènes.

NIENKE DEUTZ Ik had het idee om een vriendschap te maken in het begin van de adolescentie, het omslagpunt van kind naar puber. Hoe goed die vriendschap dan ook is, in het opgroeien ben je niet synchroon, en dat zorgt natuurlijk voor conflict. Het lichaam speelt in die periode een heel belangrijke rol. Het wordt bijna een vreemd lichaam. Je krijgt haar, tieten, al dat soort dingen, gevoelens die je niet zo kan plaatsen. Daarom wou ik de film zo fysiek mogelijk maken. Ook leek dat fysieke mij een goede manier om een connectie te krijgen met een getekend personage. Dat is veel moeilijker dan met een personage in een live-actionfilm. Daar kan je de emoties van de acteurs meteen heel goed lezen. Ik wou wel dat je in mijn film kon meeleven met de personages.

Het transparante materiaal zet je volop in bij de decors. Door de lichamen van de meisjes schijnt licht of we zien interne fysieke veranderingen, zoals wanneer de vriendinnen hun bloedband smeden.

N. DEUTZ Ik was op zoek naar het fragiele en het ongemakkelijke van de puberteit. Ik wou werken met materialen die passen bij het ‘kind-zijn’, daarom ben ik beginnen te experimenteren met knutselmateriaal. Voor ik animatie deed, heb ik beeldende kunst gedaan. Daarbij is het proces altijd heel belangrijk, dus ik ben het gewend te onderzoeken binnen dat proces. Het mocht er zeker niet high-tech uitzien. Ik ben begonnen met kralen poppen, maar die waren heel log, terwijl ik net op zoek was naar iets fragiels. Dan heb ik enkele figuren gemaakt met lijntekeningen, wat wel werkte, maar het mocht voor mij nog tactieler zijn en ruimtelijker in het huis. Zo kwam ik uiteindelijk bij het plastic terecht. De flikkeringen van het licht daarop gaven het precies het onvaste gevoel dat past bij het opgroeien: je kan het bijna niet vastpakken.

Het resultaat is een combinatie geworden van tekenfilm en stop motion, een originele techniek, maar enorm tijdrovend.

N. DEUTZ We dachten dat dat wil ging meevallen door te werken met replacement animation (vorm van stop-motion waarbij je steeds nieuwe objecten plaatst in plaats van één object aan te passen, nvdr), maar omdat het plastic zo gevoelig was voor lichtreflecties, heeft dat toch best lang geduurd. Je kan nog zo proberen, de ‘plexitjes’ zitten altijd net op een iets andere hoek. De reflectie was soms onhandig, maar we hebben ze ook wel goed kunnen gebruiken. Als we het licht vooraan zetten, werden de personages 'vaster', zeg maar. Dan waren ze opeens niet meer transparant.

De kleine popjes werden eerst uitgeprint op anderhalve meter bij een meter. Ik was begonnen met die zelf uit te snijden, maar dat was gewoon onbegonnen werk, dus we hebben er een lijn rond gemaakt die een machine kon uitsnijden. Toen ze waren uitgeprint in plastic (popjes van zo’n 15 cm groot, nvdr), konden we er kostuums op schilderen. Het bloed hebben we erop gemaakt met siliconen.

Had je voorbeelden van replacement animation waaraan je je spiegelde?

N. DEUTZ Replacement animation is natuurlijk niet nieuw, maar er wordt dan vaker met papier gewerkt. Ik denk dat de film het zo goed doet omdat het werken met plastic vrij nieuw is. Voor het team waarmee ik werkte, was het ook de eerste keer met deze techniek. Het was voor iedereen een beetje een experiment: leuk, maar ook wel heel heftig. 

Was de stop-motionfase, het foto’s nemen zeg maar, een vervelend werkje omdat alle bewegingen al vast lagen?

N. DEUTZ Nee, ik vond het net heel erg creatief, want je krijgt veel beter een beeld van hoe het eruit gaat zien. Je bepaalt je framing en het licht, twee dingen die heel belangrijk zijn in de film. Ik was ook blij met de DoP, die ook de belichting deed, Steven Frederickx. We hadden de badkamerset opgezet, het zag er supermooi uit, en toen zetten we er licht op: het zag er zo smoezelig uit! Als een studentenbadkamer! Ik heb toen aan Steven gezegd: “Je moet je inbeelden: het is zomer, het is superwarm en dat gevoel wil ik hebben. Het is een supermooie dag, ze zitten in bad om af te koelen en ze zijn een spel aan het spelen, en het is gewoon een heel fijn moment.” Hij wist meteen hoe hij daarmee aan de slag moest: spiegeltje, lampje, en het veranderde helemaal! Dat is wat licht doet, het maakt alle sfeer.  

Er is een opvallende scène waarin het huis van de meisjes ronddraait. Hoe ben je bij dat idee gekomen?

N. DEUTZ Het huis is de plek waar de vriendschap zich afspeelt, en buiten die vriendschap is er helemaal niks. Dat wou ik voelbaar maken. Buiten het huis is alles leeg en wit. En het was een manier om hun wereld te ontdekken. Na het draaien rond het huis zien we elke kamer, waarin zich steeds een andere scène afspeelt. Het huis vormde dus ook de structuur van de film.

In de scène waarin de meisjes naar beneden tuffen is het haast alsof ze hun burcht verdedigen, dat merkte ik pas op tijdens het animeren.

Dankzij je afstudeerfilm verdiende je van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) een Wildcard. Hoe belangrijk was die voor de ontwikkeling van je film?

N. DEUTZ Mede dankzij die Wildcard kon ik een team rond mij verzamelen. In mijn eentje had ik dit nooit kunnen verwezenlijken. In het begin zat ik ongeveer een keer per maand samen met Emma en Marc (Emma de Swaef en Marc James Roels, Gentse animatiefilmmakers, nvdr). Voor de rest van de voorbereiding was ik alleen, maar toen de productie begon, kreeg ik meteen hulp van een heel team. We waren met vier animators, van wie sommigen veel meer ervaring hadden dan ik. Dat was zó fijn, want zij konden echt gaan acteren met de tekeningen.

Een van de animatoren, Digna van der Put, heeft heel veel toegevoegd aan de badkamerscène. De gesprekken die ik had met haar gingen niet enkel over het technische, maar ook over de gevoelens van de personages. Het was voor mij best een ontdekking om te merken hoe fijn ik het vind om te werken met een heel team rond mij.

BLOEISTRAAT 11 speelt vanaf woensdag 19 december samen met dat andere succesverhaal 'Ce magnifique gâteau!' bij Sphinx (Gent), Cartoon’s (Antwerpen), Palace (Brussel) en Lumière (Brugge) en iets later bij Cinema Zed (Leuven).

Geschreven door CHARLOTTE TIMMERMANS

Nienke Deutz over Bloeistraat 11

19/12/2018
Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Lumière

Media: 

onomatopee