Once Upon a Time in Anatolia

Even zag het ernaar uit dat ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA, de jongste film van de Turkse crack Nuri Bilge Ceylan, in België zelfs niet in de bioscoop zou worden uitgebracht. Toch wel nu blijkt. Eindelijk.

Een konvooi kronkelt door de Anatolische steppe. Een dokter, een commissaris en een procureur tasten in het duister over de begraafplaats van een lijk waar de vermeende moordenaar hen naartoe zou escorteren. Meer dan naar een dood lichaam echter spit ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA van de Turkse filmer Nuri Bilge Ceylan onder de oppervlakte in een mentaal landschap met landerige levenspaden. Met de kijker als detective om deze omineuze nocturne in suggestieve blikken en enigmatische uitwisselingen bloot te leggen.  Op deze tocht langs monotone staties, slechts verlicht door koplampen en maanlicht, draagt elk van het besnorde gezelschap een zwaarmoedige schuld mee.

Chirurgisch ingerichte scope-tableaus maken dan ook plaats voor peilende close-ups. Mijmerend over sterfelijkheid en eeuwigheid, worden ze meer dan door doden, gekweld door levenden en afwezige vrouwen. Ceylans constante, de ontleding van (door ontrouw) uiteenvallende relaties (Uzak, Climates, Three Monkeys) weegt op de achtergrond in deze masculiene film. Tijdens een stop bij de plaatselijke mukhtar dalen ze af in wat ‘het uur van de wolf’ moet zijn – ‘het uur tussen nacht en ochtendschemer wanneer slapelozen bespookt worden door hun geesten en demonen, wanneer de grens tussen waan en werkelijkheid vervaagt’. De epifanie van de angelieke dochter des huizes met een paraffinelamp badend in een Georges de la Tour-achtige gloed, maakt de film (herinner de koplampen) een ware les in licht en het meest magistrale moment op het scherm. Het meisje verheldert iets van de ideeën over kinderen als dupe, hoop en onschuld.

De enkele maanden geleden door het noodlot getroffen Griekse filmer, Theo Angelopoulos, spookte voor mij door de film. In zijn wat vergeten en ondergewaardeerde De Jagers (‘77) legt een groep jagers een drie decennia oud partizanenlijk bloot. Ook hier is sterfelijkheid relatief; geschokt stellen ze vast dat uit het warme lichaam nog bloed stroomt… Niet alleen de individuen van verschillende rang en stand (leger, politie, politiek…), maar ook de samenleving zelf wordt in een nachtelijk gewetensonderzoek rond het uitgestalde lijk geconfronteerd met verleden en aanhoudende schuld. Ook in ANATOLIA worden behalve persoonlijke wonden, die van de Turkse maatschappij opgediept: klasse- en etnische verschillen, nepotisme, het contrast tussen stad en het platteland met z’n jeugdemigratie en de gespleten nationale identiteit.

De procureur verwijst namelijk naar de EU-ambities, terwijl in beeld de Midden-Oosterse cinema van Kiarostami’s On emporte le vent wordt geciteerd door het volgen van het parcours van een gevallen appel die in een stroompje rolt naast andere rotte exemplaren. Doet ook het openingsbeeld denken aan dat van laatstgenoemde film, dan lijkt het vervolg wel een averechts verloop van Kiarostami’s De smaak van kers. Daar was het lichaamloze graf in de bergen al gegraven maar werd tijdens de autoritten net niemand gevonden om het dicht te gooien. Zelfs het zelfreflexieve onthullen van de filmploeg bij Kiarostami accordeert hier met het documenteren van het gevonden lijk met een camcorder en het lichaam te rapporteren door een filmische vergelijking met Clark Gable. Dat sluit aan bij het morsige omspringen met enig waarheidsprincipe. Of zoals de chauffeur zegt: ‘Later kijk je terug op deze nacht en vertel je: Er was eens…, een sprookje’. Het proloogbeeld van het opake venster op de scène voor de moord suggereert al een onklaar zicht op de waarheid.

Het eindbeeld van het raam verlegt omgekeerd de focus van buiten naar binnen. De matineuze retour roept dan weer de terugkeer uit ‘de Zone’ van Tarkovski’s Stalker op. De films drieledige structuur suggereert misschien diens narratieve stramien met ‘de bar’, ‘de tocht & het moment in de Kamer’ en ‘de thuiskomst’. Voorts aangedikt dan met Tarkovskiaanse iconografie (honden, wuivend gras, prominente ruggen, waaiende lange haren). Hoewel de dokter al het scalpel der sceptische invraagstelling hanteerde, kan de film het zich permitteren na twee uur nog voor hem als protagonist te kiezen. De auditieve visceraliteit van de finale autopsie dissecteert hart en hersenen, maar toont in z’n zoektocht naar betekenisgeving aan dat metafysica hier fysica en empirie overstijgt.

Het registreren van de autopsiebeschrijving in de dictafoon lijkt wel te beantwoorden aan de opname van een radiofonisch hoorspel door theatermaker Antonin Artaud, Pour en finir avec le jugement de Dieu. Daarin roept hij op om de mens ‘nog een keer, maar voor de laatste maal op de autopsietafel te plaatsen.’ Het bijna leeghalen van het lijk kan misschien geïnterpreteerd worden volgens Artauds bekende concept van ‘het lichaam zonder organen’, organen die voor Artaud kentekenen dragen van (morele) oordelen. Het is een idee dat net staat voor wat overblijft als men abstractie maakt van het lichaam als functionele structuur van bloed en vlees.

ANATOLIA’s ongrijpbare ambiguïteit tilt het werk naar een meesterlijk plateau. Toch moet de lange rit niet ontkend worden en de nadrukkelijke deadpan humor dreigt soms de gravitas veeleer te ondermijnen dan te verlichten. Ook dweept Ceylan sterk met de moderne filmmeesters, maar creëert rrn eigen stijl die hier zijn meest ambitieuze vorm aanneemt. Wat een nacht in Anatolië…

Geschreven door RUBEN DEMASURE

Once Upon a Time in Anatolia

20/06/2012
Regisseur: 
Productiejaar: 
2011
Distributeur: 
BrunBro

Media: 

Trailer: 

4jKgHqU1jrs

onomatopee