Paradise: Faith

De Paradies-trilogie, waarin de dwarse Oostenrijker Ulrich Seidl, maker van zowel documentaires als fictiefilms, peilt naar het paradijselijke geluk gezien vanuit het standpunt van de vrouw, wordt afgesloten met het op het Filmfestival van Berlijn vertoonde derde deel ‘Paradies: Hoffnung’. De vorige twee luiken ‘ Paradies: Liebe’ en PARADISE: FAITH (PARADIES: GLAUBE) werden eerder al vertoond respectievelijk op de filmfestivals van Cannes en dat van Venetië. Een huzarenstuk dat alleen wijlen de Poolse cineast Krzysztof Kieslowski hem met zijn kleurentrilogie heeft voorgedaan.

Hunkerde de Oostenrijkse Teresa in Paradise: Love tijdens haar vakantie op het Afrikaanse continent, in Kenia, hardnekkig maar tevergeefs naar affectie en lichamelijke liefde van de plaatselijke beach boys, dan zoekt haar zus, Anna Maria, die op de kankerafdeling in een ziekenhuis werkt, het meer in het spirituele. Al gaat haar liefde voor de Jezus-Christus-aan-het-kruis ver, heel ver; ze is zot van Jezus. Voor haar staat Jezus gelijk met het paradijs. Dat geeft Ulrich Seidl al onmiddellijk, van in de eerste scènes, prijs in het tweede deel, PARADIES: GLAUBE, van zijn drieluik dat net werd afgerond.

Alsof het een vast ritueel is kleedt de ultrakatholieke Anna Maria zich in een quasi lege kamer half uit, knielt neer voor een kruisbeeld aan de muur, beweert luidop dat “er zoveel mensen geobsedeerd zijn door seks” en geselt zichzelf (voor de zonden door heel Oostenrijk begaan?). Ze gebruikt haar lichaam om boete te doen. En tegelijk drukt haar fysieke pijniging ook een onverklaarbare lust uit. Haar devotie dient om haar eenzaamheid te sublimeren, te maskeren zelfs. Anna Maria’s leven staat helemaal in het teken van haar geloof, het belijden en het doorgeven ervan. Haar ascese is totaal. Haar huisinterieur oogt sober en somber. De weinige attributen in haar huis zijn bijna allemaal daaraan gelinkt: kruisbeelden, afbeeldingen van Christus, van de paus, tot en met een wijwatervaatje. Na haar scheiding heeft de vrouw haar geloof teruggevonden. En daar heeft ze wat voor over. Zo blijkt. Het grenst bijna aan de zelfkwelling.

Uit dankbaarheid (?) omdat “ik in jouw wereld werd toegelaten” heeft de vrouw zich voorgenomen om actief haar geloof, haar engagement te verkondigen. Ze trekt als een soort zendeling namens het Legioen van het Heilig Hart in Wenen van huis tot huis, van flat tot flat met voor iedereen een Mariabeeld. Ze bezorgt de beeltenis van Moeder Gods, waar een helende kracht van zou uitgaan, als het ware aan huis. Meestal dringt de vrouw zich op bij migrantengezinnen die het allemaal zo goed niet (kunnen) vatten en volgen. Dat levert pittige scènes op - je voelt zo aan dat een en ander niet gespeeld is, zo spontaan en authentiek komen deze taferelen over - en tenminste één hilarische wanneer ze bij Rupnik, een eenzaat, belandt die helemaal meegaat in haar devoot verhaal.

Tot plotseling - na jaren te zijn weg geweest - haar ex opnieuw in haar leven opduikt en terug bij haar intrekt. De Egyptenaar, een traditioneel denkende moslim, vindt haar bekering tot het geloof maar niks… Anna Maria’s leven maakt een smak van 180 graden. De man, gekluisterd aan een rolwagen, is hoegenaamd niet welkom en ontvangt van de diepgelovige vrouw niet de minste affectie of zelfs geen teken van medelijden. Anna Maria (of Seidl) laat zo zien dat de vrouw zwaar ontgoocheld is in de liefde van een man die van zijn onmacht een wapen maakt. Deze tegenstelling, dat scherpe contrast tussen liefde prediken maar ze tegelijk afwijzen maakt binnen de kortste keren Anna Maria’s leven tot een hel, tot een ware calvarietocht, een harde en loodzware beproeving.

Alsof ze nog een kruis extra te torsen krijgt. En wat voor één! Zonder ophouden, quasi tot het uiterste schetst Seidl, eenmaal haar ex terug in huis is en haar leven van gebed en devotie er eentje wordt van vechten en afweren, de donkere (en lichte) kanten van beide personages tegenover elkaar. Als op een schaakbord. Alsof Seidl wil zeggen dat er een enorme kloof gaapt tussen theorie en praktijk, tussen de naastenliefde na te streven en hem ook echt, koste wat het kost, te eerbiedigen.

Seidl koos voor een uitgebalanceerde gestileerde filmtaal – Anna Maria’s leventje lijkt aanvankelijk ook op orde – dankzij een statische camera, kleuren en licht die evenwel weinig zon of vreugde binnenlaten. “Een eng Kammerspiel”. Zo beschrijft Seidl zelf het middenstuk van zijn drieluik. En dat is niet eens overdreven. Geloof, hoop en liefde (of beter het tekort daaraan) zijn lang geen garantie voor geluk in de ogen van Seidl, de filmer met de melancholische fotografische blik. De maker van het hondsbrutale Hundstage en het prachtige maar schrijnende Import/Export heeft de reputatie van onnodig te shockeren en te bruuskeren. Ook met PARADIES: GLAUBE (Paradise: Faith), goed voor de Speciale Juryprijs in Venetië (en een 6 minuten durende applaus na de wereldpremière in Venetië), zal hij wel opnieuw alle banbliksems over zich heen roepen. Feit is dat Seidls ontregelende cinema de kijker steevast op het verkeerde been zet maar vooral dat hij diezelfde toeschouwer stevig aan het denken zet. Hierbij alvast een doordenkertje: Welke plaats geef ik spiritualiteit in mijn leven?

Geschreven door FREDDY SARTOR

Paradise: Faith

13/03/2013
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Lumière

Media: 

Trailer: 

_TwbwhUCw2s

onomatopee