Peter Handke: geen Oscar maar Nobelprijs

Met de recente Nobelprijs voor zijn literaire oeuvre dreigt Peter Handkes filmwerk als scenarioschrijver (‘Der Himmel über Berlin’, 1987) en cineast (‘Die linkshandige Frau’, 1978) onder de boeken bedolven te worden. Toch valt zijn stilistische invloed op de naoorlogse Duitse Neue Kino niet te onderschatten. Ook het filmopus van Wim Wenders zou onvermijdelijk inboeten aan kwaliteit zonder Handkes pen.

Al vroeg in zijn carrière gaf Peter Handke – geboren in Karinthië in 1942, maar sinds 1990 gehuisvest in Chaville bij Parijs – op vele artistieke fronten thuis, als dichter en romanschrijver maar ook op de toneelplanken en op de filmset. In dit opzicht nam hij de Franse nouveau roman-schrijfster Marguerite Duras als model. Hij liet zich niet alleen inspireren door haar literaire stijl ontdaan van alle franjes en psychologische beschrijvingen en verklaringen. Hij bewonderde ook hoe ze haar loopbaan van schrijver volwaardig combineerde met die van scenarioschrijver (Hiroshima mon amour, 1959) en cineast van haar vijftiental eigen films.

Als aaneenschakeling van bijna statische sfeersequenties zonder nadrukkelijk verhaal is Handkes bioscoopdebuut Die linkshändige Frau (1978) schatplichtig aan Duras. Handke zoekt naar de associatie tussen woord en beeld en hecht groot belang aan taal en dictie. Zoals Duras laat hij zich leiden door het stemtimbre van een uiterst selectief uitgekozen cast. Het verbaasde niemand dat Handkes toneelstuk La chevauchée sur le lac de Constance op de Parijse première in 1974 vertolkt werd door Jeanne Moreau, Delphine Seyrig, Michael Lonsdale en Gérard Depardieu, die naam gemaakt hadden in de films van Duras. In 1985 verwerkte Handke zelf Duras’ roman La maladie de la mort tot de televisiefilm Das Mal des Todes. Doorgaans erg kritisch over andermans verfilmingen van haar literaire werk, zag Duras in Handke een geestesverwant, en viceversa.

Televisie: breed bereik of beeldverlies?
Om te vermijden dat alleen een gesloten kring van literatuurkenners en cinefielen zijn experimentele werk zou waarderen, zocht Handke al in de sixties en vroege seventies een breder bereik op televisie. Dat hij er een bijzondere filmactiviteit kon ontplooien, is te danken aan het actieve televisiefilmbeleid van de West-Duitse WDR en het laatavondprogramma Das kleine Fernsehspiel, waarin het tweede Duitse televisienet ZDF filmessayisten en experimentele filmers een camera gaf. Ook Chantal Akerman en Rainer Werner Fassbinder maakten gebruik van dit bijzondere platform. In de aanloop naar zijn bioscoopdebuut Die linkshändige Frau regisseerde Handke de televisiefilm Chronik der laufenden Ereignisse (1971), een allegorie van het leven in de Bondsrepubliek omstreeks 1970. Daarin komen thema’s uit de latere Wendersfilms aan bod, zoals isolement, vervreemding en culturele onderwerping aan de commercie. Als mediasatire haalt Chronik der laufenden Ereignisse uit naar de televisie, die met zijn reclameboodschappen en amusementsprogramma’s roofbouw pleegt op de menselijke verbeeldingskracht. Deze stelling zal Handke in latere geschriften omschrijven als Bildverlust, beeldverlies. Opvallend is wel hoe in Handkes regie de boodschap scherper, kordater en satirischer klinkt dan in het hermetische oeuvre van Wenders. Van alle films en scenario’s van Handke sluit het polemische Chronik der laufenden Ereignisse het best aan bij zijn mei 68-dagen.

Peter Handke (rechts) op de set van Chronik der laufenden Ereignisse (1971)

Andere regisseurs liet hij een televisie- of filmadaptatie draaien van zijn bekendste toneelwerk, zoals Publikumsbeschimpung (Claus Peymann, 1966), Kaspar (Vladimir Geric, 1974), Das Mündel will Vormund sein (Hans Peter Fitzi, 1970) en Der Ritt über den Bodensee (verfilmd door Claude Régy als La chevauchée sur le lac de Constance in 1974), of van zijn romans, zoals Der kurze Brief zum langen Abschied (Herbert Vesely, 1978) en Die Stunde der wahren Empfindung (verfilmd als Ville étrangère door Didier Goldschmidt in 1988). Zo raakte zijn werk ook stilaan bekend buiten de literaire salons en het avant-garde theatercircuit. Deze bredere verspreiding van zijn oeuvre op televisie en op film heeft onmiskenbaar bijgedragen tot zijn huidige internationale bekendheid.

Wenders & Handke: cineast, scenarist, broers
Als twintiger ging Handke vaak drie keer per dag naar de bioscoop. "Zelfs in zeer slechte films zijn er vaak momenten die het waard zijn", vindt hij. Door zijn brede filmkennis bewoog hij zich al even vlot in filmkringen als in literaire genootschappen. Wim Wenders leerde hij kennen in 1966 in Oberhausen, de stad in Noordrijn-Westfalen waar vier jaar eerder het manifest voor een nieuwe Duitse cinema getekend was. Een gedeelde bewondering voor de Golden Age van Hollywood en voor de Japanse films van Yasujiro Ozu bezegelde de vriendschap tussen Handke en Wenders. Niet toevallig hangt in de bioscoop van Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (1970) een film van Howard Hawks aangekondigd of gaat het hoofdpersonage uit Handkes Die linkshändige Frau naar Ozu’s Tokyo Chorus kijken.

Als generatiegenoten groeiden beide filmliefhebbers op in bezet naoorlogs gebied, waar de amerikanisering sneller verliep dan elders in West-Europa. Hun gedeelde indrukken van de verwestering door popcultuur en rockmuziek vormen de hoeksteen van de kortfilm 3 American LP’s, die ze in 1969 draaiden. De artistieke samenwerking tussen Wenders en Handke telt intussen vier bioscoopfilms, gespreid over vijf decennia: de existentiële thriller Die Angst des Tormanns beim Elfmeter, de Goethe-adaptatie Falsche Bewegung (1975), het meermaals bekroonde Der Himmel über Berlin (1987) en het vrij recente Die schönen Tage von Aranjuez (2016). Stuk voor stuk worden deze films gekenmerkt door hun heel persoonlijke filmisch-literaire stijl, met aandacht voor landschap en weide ruimte en nadruk op perspectief en compositie.

Centraal thema is het verlies van identiteit, specifiek in het naoorlogse West-Duitsland als gevolg van de snelle verwestering. “De eenzaamheid hier in Duitsland lijkt me meer verborgen en tegelijkertijd pijnlijker te zijn dan elders”, schrijft Handke in het script van Falsche Bewegung. De vervreemding uit zich symbolisch in de positie van de doelman uit Die Angst des Tormanns beim Elfmeter, die op de grasmat – zoals in het leven – een richting moet kiezen maar nooit zeker weet uit welke hoek de bal zal komen. Of in de ‘schijnbeweging’ van de zwervende en zoekende personages uit Falsche Bewegung, die nooit hun echte thuis vinden.

Wim Wenders, Peter Handke & Reda Kateb op de set van Les beaux jours d'Aranjuez (2016) © Donata Wenders

Voor Handke is de samenwerking tussen cineast en scenarioschrijver geen vrijblijvende relatie. Hij ziet zijn rol in het filmproces niet ondergeschikt aan die van de regisseur. Integendeel. Voor hem is de scenarioschrijver ook auteur. Van de regisseur verwacht hij dat hij zich plooit naar de geschreven tekst. Dat deed Handke ook zelf toen hij zijn roman Die linkshändige Frau verfilmde. “Hij hield zich aan zijn roman en zei gewoon: morgen doen we pagina 42 tot 45”, vertelde cameraman Robby Müller aan NRC. “Alles wat je in die film ziet, staat in het boek. Ik had het herlezen en ontdekte dat het taalgebruik zo nauwkeurig was dat er maar één manier van filmen mogelijk kon zijn. Elk camerastandpunt lag in de zinnen besloten."
Voor Wenders vormt deze werkwijze geen probleem. Hij neemt Handkes scenario’s integraal over, respecteert zijn meditatief-filosoferende gedachtegoed en voorziet het van zingevende beelden. Dat bewijst de arthouseklassieker Der Himmel über Berlin. Het fantasyverhaal over de eenzaamheid en de vervreemding van twee engelen in Berlijn is volledig opgehangen aan Handkes mooie gedicht ‘Das Lied vom Kindsein’, geflankeerd door fragmenten uit ‘Prolog für eine Liebe, Anrufung der Welt’ uit 1987 en ‘Das Gewicht der Welt’ uit 1977. Zelden was de stilistische osmose tussen een cineast en zijn scenarioschrijver zo diep en duurzaam als in Der Himmel über Berlin. “Ik heb er altijd van gedroomd om een broer actief aan mijn zijde te hebben. Peter schonk me dat gevoel van tweelingbroer op de set van Himmel über Berlin, bekende Wenders aan het Parijse dagblad Libération.

De wederzijdse beïnvloeding tussen Handke en Wenders reikt ook verder dan hun gezamenlijke filmprojecten. Handkes boek Der kurze Brief zum Langen Abschied uit 1972 over een man die door de States reist om zijn echtscheiding te verwerken, inspireerde Wenders voor zijn sleutelfilm Alice in den Städten (1974) en zijn Gouden Palmwinnaar Paris Texas (1984). In de andere richting verraden Handkes latere reisverhalen zoals Gestern unterwegs uit 2005 de invloed van Wenders’ roadmovies, waarin het bewegende landschap de reiziger aanzet tot denken.

Aan de praat met Duits erfgoed
In zijn filmscenario’s becommentarieert Handke weliswaar de Duitse schuldvraag en de naoorlogse malaise (Falsche Bewegung) of de Duitse deling (Der Himmel über Berlin), maar hij voert geen politiek discours. Liever zoekt hij aansluiting bij het Duitse literaire en filosofische erfgoed. Als moderne transpositie van Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre is Falsche Bewegung een door en door Duits Bildungsverhaal over het groeiproces van een jongeman op zoek naar bewustwording. Met Der Ritt über den Bodensee/Le Cavalier et le Lac de Constance verwijst Handke naar het gedicht ‘Der Reiter und der Bodensee’ van Gustav Schwab uit 1826. Het poëtisch rijke Der Himmel über Berlin refereert onder meer aan elegieën uit Rainer Maria Rilkes Duineser Elegien (1923). Kaspar is gebaseerd op de 19de-eeuwse casus van de verwaarloosde vondeling Kaspar Hauser en kadert in Handkes belangstelling voor de relatie tussen taal en cultuur, gelinkt aan de taalfilosofie van de Weense filosoof Ludwig Wittgenstein. In Die Angst des Tormanns beim Elfmeter verwerkt Handke taal- en schrifttekens als thrillerelementen in het verhaal van de gefrustreerde doelman die de kaartjesknipster van de plaatselijke bioscoop vermoordt. Ook in zijn filmdebuut is Handke de communicatieleer van Wittgenstein trouw: Die linkshändige Frau is een film waarin woorden net als het ontwijken van een gesprek belangrijker zijn dan de psychologische uitdieping van de echtscheidingssituatie van het hoofdpersonage.

Handkes betovering voor taal en literair erfgoed opende ook voor andere regisseurs nieuwe perspectieven. Zo kruiste Eric Rohmer – nouvellevaguecineast van sprankelende en licht filosofische praatfilms – zijn pad. In 1976 draaide Rohmer Die Marquise von O. naar een roman van Heinrich von Kleist met Bruno Ganz en Edith Clever als Duitse cast. Handke zou dezelfde acteurs nemen voor Die linkshändige Frau. Zowel Clever als Ganz waren geschoold in de Berlijnse Schaubühne van theaterregisseur Peter Stein, die met zijn artistieke opvattingen ver buiten Duitsland aanzien genoot.

Bruno Ganz, Peter Handke en Edith Clever op de set van Die linkshändige Frau (1978)

Als rebels toneelauteur vond Handke vlot aansluiting bij de kringen van de Duitse Neue Kino, waar avant-garde elementen uit het theater en de opera gemakkelijker binnenslopen dan men van film meestal gewend is. Vooral met Die linkshändige Frau trekt Handke de radicale principes van de Neue Kino rigoureus door en kiest hij voor een stijl die grondig verschilt van Hollywood. Het leven van de pas gescheiden vrouw uit de titel filmt hij als een aaneenschakeling van statische en uitgepuurde shots, zonder veel karaktertekening, psychologische motivatie, handeling of beschrijving. Deze verstilde sequenties tonen hoe de samenleving de vrouw wegdrukt in een niet-actieve tweederangspositie. Als vrouwenportret was Die linkshändige Frau een antwoord op de mannenfilms die Wenders draaide, maar het was ook een radicale antipode van de verhalende Amerikaanse vrouwenfilms type An Unmarried Woman (1978) die in de late seventies voor volle filmzalen zorgden.

Blijvend bioscoopbezoek
Was het door zijn controversiële standpunten in de Joegoslavische burgeroorlog van de jaren 90 dat het enthousiasme over Handke bekoelde en de filmsector afhaakte? In het gewapende conflict over Kosovo koos de auteur openlijk partij voor Servië en in 2006 hield hij zelfs een toespraak op de begrafenis van de gebrandmerkte Servische leider Slobodan Milošević. Of kwam het door het lauwe onthaal van zijn film L’absence uit 1992, over de gedachten en gesprekken van vijf personages op de vlucht voor de dagelijkse sleur? L’absence miste de bevreemdende sensatie van Handkes vroegere werk. Na de productieve jaren 70 en 80 verschoven zijn filmactiviteiten naar de achtergrond omdat hij zich voluit aan de literatuur wijdde. Daaraan kon ook Wenders’ 3D-verfilming van zijn zomerse dialoog Les beaux jours d’Aranjuez (2016) niets veranderen. Ondanks Handkes cameo als tuinman op de achtergrond en de reünie met zanger Nick Cave, dertig jaar na zijn rol in Der Himmel über Berlin.

Ook zonder een eigen filmproject op stapel blijft Handke een trouw bioscoopbezoeker. “Als ik te veel aan mijn hoofd heb en geïrriteerd ben, dan ga ik naar de bioscoop om de ergernis van me af te laten glijden. Dat werkt echt! Met een boek lukt me dat nooit, maar in de bioscoop kan ik even geroerd worden, dat is genoeg. Op die manier heb ik in mijn leven veel films gezien. Ook als student was cinema een soort van redding voor mij." Zulke jarenlange ervaring gooi je niet zomaar overboord. In 2014 was hij curator op de Viennale van de anthologiereeks ‘Peter Handke geht ins kino’, met films van Pasolini, Tarkovski, Pialat, Lubitsch, John Ford en uiteraard Ozu.

  Peter Handke en Jeanne Moreau op de set van L'absence (1992)

Wat hij ook schrijft, het blijft filmisch. In zijn literaire werk vervlecht Handke vele verwijzingen naar film. Zo refereerde Langsame Heimkehr (1979) naar de roman Die Schlafwandler van Hermann Broch uit 1930. In Italiaanse vertaling I sonnambuli speelde datzelfde boek een belangrijke rol In Antonioni’s La notte, een van Handkes lievelingsfilms. In 1980 nam Handke zelf het initiatief om de Amerikaanse roman The Moviegoer van Southern Gothic-auteur Walker Percy in het Duits te vertalen. Hoeft het nog betoog dat hij zich nauw verwant voelt met het personage van deze Kinogeher, die in film gemakkelijker zijn ware identiteit vindt dan in het echte leven? In zijn magnum opus Der Bildverlust oder Durch die Sierra de Gredos uit 2002 herneemt Handke de thematiek van de zinledige beeldcommunicatie door reclame en televisie uit zijn eerste TV-film Chronik der laufenden Ereignisse. Het hoofdpersonage uit de roman trekt zich terug in een dorp op de Spaanse Sierra de Gredos, waar de dorpsbewoners beelden hebben afgezworen. Film blijft ook bepalend voor de keuzes in zijn schrijverscarrière. Zo was de meertalige film L’absence, waarin Frans, Duits en Spaans gesproken wordt, een test om ook zelf in andere talen (met name Frans) te beginnen schrijven. Gelokaliseerd in zijn huis in Chaville en met rollen voor zijn toenmalige echtgenote Sophie Semin en zijn vorige levensgezellin Jeanne Moreau, bevat die film autobiografisch getinte elementen, die in zijn literaire werk toen meer toegang vonden.

Handke is intussen zelf het onderwerp van een documentaire van Corinna Belz met de talige titel Peter Handke. Bin im Wald. Kann sein, dass ich mich verspäte (2016), gedraaid op zijn thuisadres in Chaville. Ook met de prestigieuze Nobelpijs voor Literatuur, die hij op 10 december uitgereikt krijgt, blijft hij een auteur met een bijzondere filmisch karakter. “Invloedrijk schrijverschap dat met taalkundige spitsvondigheid de periferie van de menselijke ervaring heeft onderzocht”, oordeelde het Nobelprijscomité over zijn literaire oeuvre. De zin kan ook gelden als een treffende beschrijving van zijn werk als scenarioschrijver en cineast.

Beeld (bovenaan): Peter Handke. Bin im Wald. Kann sein, dass ich mich verspäte (2016)

Geschreven door DIRK MICHIELS

Peter Handke: geen Oscar maar Nobelprijs

Media: 

onomatopee