Phantom Thread

De meticuleuze, bijna maniakale modeontwerper in Paul Thomas Andersons PHANTOM THREAD is een rol op maat van Daniel Day-Lewis, die heeft aangekondigd daarmee zijn laatste rol te hebben gespeeld.

Londen in de jaren 50, de magistrale modeontwerper Reynolds Woodcock levert unieke jurken aan de fine fleur van de internationale beau monde. Het naar hem genoemde modehuis met atelier in zijn statige herenwoning draait om hem en om hem alleen. Al werkt een team naaisters zich uit de naad om zijn ontwerpen piekfijn af te werken; de filmtitel verwijst trouwens naar het fenomeen waarbij labeurende arbeidsters ook zonder naald en draad blijven ‘fantoomnaaien’. Bovendien bestiert zijn zus en zakenpartner Cyril de organisatie van het modehuis, en is ze ook een buffer tussen Woodcock en de buitenwereld, vooral dan wanneer er een minnares afgewimpeld moet worden. Net verlost van een bedgenote die hem niet langer kan boeien raakt verstokte vrijgezel Woodcock op het Britse platteland geïntrigeerd door de dienster Alma, niet toevallig tijdens een minutieus besteld ontbijt. Hij verleidt en zij stuntelt zich een weg naar zijn atelier, waar ze van mannequin muze wordt, en misschien wel meesteres.

Verwijst de voornaam Alma naar de gelijknamige auteur, componist en echtgenote van Gustav Mahler, Walter Gropius en Franz Werfel? Of naar Alma Reville, echtgenote van Alfred Hitchcock en scenario-assistente voor onder meer diens Rebecca (1940), de eerste Amerikaanse film van Hitchcock, die Paul Thomas Anderson naar eigen zeggen inspireerde voor zijn eigen eerste fictiefilm buiten Amerika (voor zijn vorige film, de impressionistische muziekdocumentaire Junun, snoof hij wel al de klanken en kleuren van India op). Nog los van een verwijzing naar Alma en Alfred Hitchcock gaat PHANTOM THREAD over de persoonlijke relaties van een obsessieve kunstenaar, waarbij er finaal geen strijd heerst om wie de bovenhand haalt, maar om het bestaansrecht van hun onderlinge verwevenheid.
 
Maniakaal zelfbewust
Andersons The Master – die speelt in dezelfde periode, maar dan in Amerika – draaide al om obsessie en vergiftigde relaties, zij het dan met veel meer macho-bravoure dan PHANTOM THREAD. Daniel Day-Lewis’ modeontwerper is scherp van de tongriem gesneden en ontzettend cru tegenover vrouwen, Alma in het bijzonder, maar deze film is bijna een antipode van het door testosteron gedreven spel van aantrekking en afstoting tussen Joaquin Phoenix’ oorlogsveteraan en Philip Seymour Hoffmans Scientology-achtige charlatan in The Master. Dat betekent niet dat Woodcock minder manipulatief is. “Ik zie graag tegen wie ik praat”, zegt hij tegen Alma terwijl hij haar rode lippenstift van haar lippen veegt nog voor ze elkaar goed en wel hebben leren kennen. Maar het is wel Alma die van Anderson een terugkerende vertellersrol krijgt, wanneer ze in een fauteuil haar verhaal doet aan de dokter die noodgedwongen naar het huis is geroepen.

Ook de uitgekiende, sfeervolle fotografie van PHANTOM THREAD – voor het eerst door Anderson zelf – is minder ostentatief dan bij The Master, There Will Be Blood of Inherent Vice. Over de film lijkt een voile te liggen die de weinige primaire kleuren opslokt. Die somberheid, weliswaar met de niet minder fascinerende witpartijen van de jurken in de verschillende fases van hun ontwikkeling, strookt met de gedachten aan de dood die voortdurend door het hoofd van Woodcock spoken. Zijn obsessie met schoonheid lijkt geboren uit een hechte band met zijn overleden moeder, wat onder meer tot uiting komt in zijn herinnering aan de “monsterlijk lelijke” gouvernante die weigerde de trouwjurk van zijn moeder te naaien omdat haar bijgeloof haar voorhield dat dit de eigen kansen op een geslaagd huwelijk zou hypothekeren.

Woodcock – gebaseerd op bestaande mode-iconen als Beau Brummell en Cristóbal Balenciaga, met een toefje Karl Lagerfeld en Alexander McQueen – is op het maniakale af zelfbewust, helemaal op zichzelf gericht, de blik naar beneden en met afgemeten gestes en passen. Zijn strenge zelfregulering legt hij ook op aan zijn omgeving. Hij claimt het zelf verworven alleenrecht op schoonheid in alle vormen, in de eerste plaats mode, maar ook op culinair vlak met zijn uitgesproken voorkeuren die overkomen als dogma’s. Als er al iemand tegen hem ingaat, betekent dat niet enkel een aanslag op zijn artistieke genie, maar een verloochening van de absolute Schoonheid zelve. Toch is hij niet zomaar een onneembare vesting van goede smaak. Hij draagt gevoelens en geheimen met zich mee, weggestopt waar nauwelijks iemand ze kan vinden, als de boodschappen of gelukwensen die hij in de voering van jurken en jassen innaait (“In de voering kun je bijna alles verbergen”). De vraag is dan of hij – het bijgeloof van zijn vroegere gouvernante in gedachte – zijn eigen geluk niet op het spel zet door zoveel (huwelijks)jurken te maken en wensen als “never cursed” mee te geven, zonder dat de toekomstige eigenaars het beseffen.
 
Levensdraad
In het ongrijpbare PHANTOM THREAD is het Alma die Woodcock ontregelt. Zelfs de geluiden die ze maakt in zijn woonhuis/atelier storen hem. Op de klankband wordt zachte jazz verdrongen door atonale klanktoetsen – het werk van Radioheadgitarist en filmcomponist par excellence Jonny Greenwood – en het schrapen van een mes op een toast of van een verschoven stoel. Alma lijkt zich onbewust van wat Woodcock ervaart als een inbreuk in zijn radicaal op artistieke creatie gerichte leven. Zij wil zich nestelen in zijn bestaan (“In zijn wereld voel ik me perfect, misschien zoals alle vrouwen dat doen in zijn kledij”, zegt ze), maar een eenzijdige rol als passieve muze die zich zonder morren plooit naar de artistieke schepper is niet voor haar weggelegd. 

In het tweespel tussen Alma en Woodcock reikt PHANTOM THREAD – naast enkele komische terzijdes – verschillende narratieve pistes aan. Even wordt er zelfs een feministische wraakoefening zoals The Beguiled of Lady Macbeth gesuggereerd. Woodcock heeft enkel vrouwen om zich heen: zijn zus, zijn echtgenote, de naaisters en zijn overleden maar immer aanwezige moeder, “aan wie hij sterke herinneringen overhoudt en die de hand naar ons uitsteekt”, zoals hij zegt tegen zijn zus. “Het is geruststellend te weten dat de doden waken over de levenden.” Paul Thomas Anderson kiest in zijn verkenning van de relatie tussen amoureuze obsessie en creatieve scheppingskracht niet voor de allesverwoestende waanzin waar Darren Aronofsky in mother! bij uitkwam. Al heeft Anderson wel oog voor het potentieel destructieve karakter van het liefdesverhaal dat de narcistische kunstenaar en zijn zoekende echtgenote samen schrijven. Uit PHANTOM THREAD spreekt een radicale toewijding, aan mode en aan een levenspartner. Zoals in Aronofsky’s horrormelodrama is er een belangrijke rol weggelegd voor de woning/werkruimte als plek waar de grenzen tussen artistieke creatie en het gezinsleven vervagen. Alma en Woodcock zweven tussen leven en dood, tussen aanhankelijkheid en onafhankelijkheid, waarbij ze elkaar niet lijken te kunnen lossen, verbonden door een onzichtbare draad.

Vertoningen :cinenews.be. Meer reviews, portretten, themastukken en interviews vind je in ons maandelijkse filmmagazine, te bestellen met een mailtje naar info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten, of maandelijks in uw bus via een abonnement.

Geschreven door BJORN GABRIELS

Phantom Thread

14/02/2018
Muziek: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Sony Pictures

Media: 

onomatopee