Shokuzai

Kiyoshi Kurosawa wierp zich eind jaren 90 op als een van de interessantste Japanse cineasten. Hij was eerst actief in het circuit van de yakuza- en softpornofilm. Via een reeks razend knappe onafhankelijke horrorfilms (o.m. Cure, Charisma, Séance) - waarvan sommige een inferieure Amerikaanse remake kregen (bijvoorbeeld Pulse) - werd hij een graag geziene gast op westerse filmfestivals. Met SHOKUZAI keert hij in grote vorm terug, na het fletse en prekerige Tokyo Sonata (2008).

SHOKUZAI (Japans voor boetedoening) is een hybride project dat hij draaide voor de Japanse betaalzender WOWOW. De bioscoopversie ging op het festival van Venetië in première en komt nu in twee tijden in ons land uit, eerst als marathonzit in de bioscoop en vervolgens via dvd (in het oorspronkelijke televisieformaat). Kurosawa begeeft zich zo op het terrein van andere gevestigde cineasten die even het grote voor het kleine scherm inruilden. Denk maar aan Michael Mann (Luck), Mike Nichols (Angels in America), Lars von Trier (The Kingdom), Oliver Stone (Wild Palms) en David Lynch (Twin Peaks), of nog verder in de tijd terug Rainer Werner Fassbinder (Berlin Alexanderplatz) en Ingmar Bergman (Scènes uit een huwelijk).

De film is gebaseerd op een succesvolle misdaadroman van Kanae Minato. Kort na haar verhuizing naar het Japanse platteland wordt de jonge Emili op brutale wijze verkracht en vermoord. Haar vriendinnetjes kunnen zich het gezicht van haar moordenaar niet herinneren. Geplaagd door schuldgevoel beloven ze Emili’s moeder boete te zullen doen tot zij hen van die plicht ontslaat. Vijftien jaar later zijn de meisjes volwassen vrouwen geworden, maar de gebeurtenissen van toen blijven hun levens grondig overhoop halen. In vier episodes krijg je de gevolgen te zien van de bewuste misdaad en in de afsluitende episode raapt de moeder de losse eindjes op, maar niet zonder de nodige verrassingen. Het portret dat SHOKUZAI van de Japanse samenleving schetst, is niet bijzonder fraai.

In de visie van Minato en Kurosawa is Japan een plek waar de druk om te conformeren bijzonder groot is. Onder het gepolijste oppervlak zijn duistere krachten (moordende concurrentie, kil materialisme, liefdeloze familierelaties, falend onderwijssysteem) aan het werk. Maar meer dan misdaadverhalen over de voor westerlingen vrij exotische Japanse samenleving, zijn het kleine pareltjes vol intelligente mise-en-scène en sfeerschepping. Kiyoshi Kurosawa is niet de man van het grote gebaar, veeleer een meester in het suggereren van psychologische dreiging via kleine details. In dat opzicht is hij zowat de antipode van de vaak weinig subtiele Hideo Nakata (Ring, Dark Water), de meest geciteerde naam als het om J-Horror gaat.

Opvallend is Kurosawa’s gebruik van fotografie om een psychologisch klimaat neer te zetten. De diepe, verzadigde kleuren van de proloog staan in schril contrast met de gebleekte kleuren van de episodes. Die neigen vaak naar het monochrome; hele scènes zijn gedraaid in variaties op gebroken wit. Ook de spaarzaam gebruikte, westerse muziek roept een sfeer van sluimerend onheil op, soms verrassend afgewisseld met tango of Schots aandoende doedelzakmuziek. Ondanks de verplichte opbouw van het televisiedrama, waarbij elke episode een eigen spanningsboog heeft en een afgerond verhaal inhoudt, blijf je toch op het puntje van je stoel zitten en treedt er geen narratieve routine op. Daarvoor is de toon te afwisselend, van realistisch over eng-bizar tot zelfs tragikomisch. Met hun genuanceerde vertolkingen van sterke vrouwenrollen houden de vijf hoofdactrices de karikatuur op afstand. Dat de ietwat werktuiglijke slotepisode niet dezelfde emotionele impact heeft als wat voorafgaat, is de enige smet op deze ontluisterende inkijk in de Japanse maatschappij.

Geschreven door GORIK DE HENAU

Shokuzai

24/07/2013
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Lumière

Media: 

Trailer: 

PxVAX0I5kjE

onomatopee