Shoplifters

De Japanse grootmeester Hirokazu Kore-eda won vorig jaar terecht de Gouden Palm van Cannes met een warme, sociaal geëngageerde kroniek van een ersatzfamilie, outcasts die in Tokio overleven via kruimeldiefstallen en oplichting. SHOPLIFTERS is sterke humanistische cinema en past naadloos in het oeuvre van de cineast van 'Nobody Knows' en 'Still Walking'.

Leven in de marge of aan de onderkant van de samenleving komt amper aan bod in de hedendaagse westerse cinema. Het Italiaanse neorealisme en het New Hollywood van de seventies liggen ver achter ons en enkel Britse cineasten zoals Ken Loach en Mike Leigh hebben nog oog voor working class heroes of het subproletariaat. De Japanse cineast Hirokazu Kore-eda wordt vaak vergeleken met de iconische meester Yasujirô Ozu (Tokyo Story), maar zelf voelt hij zich eerder verwant met ... Ken Loach. Terecht, want in films zoals Nobody Knows, Air Doll, Like Father, Like Son en The Third Murder bewijst Kore-eda dat hij oog heeft voor sociale leefomstandigheden en outcasts respecteert. De 'onderdrukten' zijn bij hem geen anonieme slachtoffers, maar individuen met humor en scherpe inzichten.

Met de Gouden Palm van 2018 SHOPLIFTERS snijdt de Japanse cineast opnieuw zijn favoriete thema aan: familie. Alleen gaat het hier om een heel ongewone familie. Een ersatzfamilie eigenlijk, want hun band is niet biologisch. 'Vader' Osamu is een dagloner, 'moeder' Nobuyo werkt in een industriële wasserij, 'dochter' Aki in een seksclub en 'zoon' Shota draagt ondanks zijn jonge leeftijd bij aan het gezinsinkomen door mee te doen aan winkeldiefstallen. Geen echte diefstallen volgens de pater familias, "want in de winkel zijn de dingen nog van niemand". Volgens een even kromme logica int 'oma' Hatsue het pensioen van haar overleden echtgenoot om de levensstandaard van het in hartje Tokyo levende 'gezin' ietwat op te krikken.

Dit bizarre, nieuw samengestelde gezin leeft harmonieus, onbezonnen en vrolijk samen onder één dak tot het vijftal besluit om het aan haar lot overgelaten meisje Yuri te 'adopteren'. Maar de door haar ouders mishandelde Yuri wordt als ontvoerd beschouwd door de overheid en ondanks een make-over dreigt ze de verborgen levende familie te ontmaskeren. Terwijl Hatsue de zaken compliceert door de status quo te verstoren. Tegenslagen kunnen de familie echter niet zo deren, zelfs niet wanneer tragische gebeurtenissen hun ethische code op de proef stellen.

SHOPLIFTERS is een warme, intense en humanistische film met veel empathie voor dit atypische, maar perfect functionerende gezin. Hun woning is rommelig en smerig, maar straalt een warmte uit die afwezig is in de koele, propere en afgelikte woning van Hatsues tot de hogere middenklasse behorende schoonfamilie. Familiale warmte en menselijkheid worden schijnbaar in gevaar gebracht door geld.

De ersatzfamilie mag dan kunstmatig zijn, ze lijkt authentieker en vooral gelukkiger dan normale gezinnen. Al gaat Kore-eda armoede en de nood om te overleven niet uit de weg. Zijn punt is dat geld menselijk contact en solidariteit overschaduwt. Symbolisch is de scène waarin Aki ingaat op de vraag van een klant om een 'persoonlijke ontmoeting' en daar een explosie van tristesse en melancholie op volgt. Geld is geen medicijn tegen vervreemding.

Net als in Nobody Knows, Our Little Sister en Like Father, Like Son snijdt SHOPLIFTERS het thema familie aan om bloedverwantschap in balans te leggen met emotionele verbondenheid. En net als in Still Walking, I Wish, Illusion en After the Storm wordt het gezin op de proef gesteld. In een interview met Hollywood Deadline stelt Kore-eda dat hij in Like Father, Like Son peilde naar de basis van een familie: “Is het bloed of de tijd die we samen doorbrengen? SHOPLIFTERS gaat daarop verder. Het stelt de vraag of we die bloedband nodig hebben om een familie te vormen.” In Sight & Sound preciseert hij: “Het gaat niet om wat sterker is, maar om of verwantschap volstaat om een familie te zijn. Soms denk ik dat het te fragiel is.”

Hatsue geeft aan dat normale familiebanden voor extra verantwoordelijkheden en belasting kunnen zorgen terwijl de minder hooggespannen verwachtingen van het zelfgekozen gezin tot meer gelukzaligheid leiden. “De vader van SHOPLIFTERS wil 'vader' genoemd worden, maar hij kan geen vader zijn”, aldus Kore-eda. “Pas wanneer hij het loslaat, zegt dat hij geen vader meer is, kan hij misschien juist wel een vader worden. De familie is nooit een echte familie, tot ze uit elkaar valt, tot alle leden apart leven en ze meer dan ooit een familie worden.”

Met het thema 'familie' heeft deze kroniek een uitgesproken universeel karakter, maar dat belet niet dat SHOPLIFTERS ook de sociale omstandigheden fileert. “De toenemende Japanse recessie leidt ook tot groeiende armoede”, benadrukt Kore-eda. “Ik heb lang metaforische sprookjes verteld, maar de laatste jaren focus ik meer op intieme en realistische elementen. Ditmaal nam ik een breder standpunt in en toon ik niet enkel individuen in een familie, maar die familie binnen een samenleving. De relatie tussen een familie en de samenleving en de spanningen die daaruit voortvloeien.”

Alhoewel hij niet de enige Japanse cineast is die armoede en maatschappij linkt – Kenji Mizoguchi, Akira Kurosawa en Shohei Imamura gingen hem voor – en hij in Cannes geprezen werd voor “het zichtbaar maken van onzichtbare mensen” (in de woorden van juryvoorzitter Cate Blanchett), kwam SHOPLIFTERS in Japan onder vuur te liggen. De film werd door extreem rechts en de regering afgeschilderd als “anti-Japans”, “de schande van Japan” en “promotie voor criminele activiteiten”. Dat er subsidies gingen naar wat men beschouwde als “een pamflet”, werd fel betreurd. De kritiek zette Kore-eda aan om te bedanken voor een officiële huldiging bij zijn bekroning in Cannes.

“Er was een tijd dat films zich in het 'nationale belang' en de 'nationale politiek' inschreven”, benadrukte de regisseur op Facebook. “De uitwassen die daar het gevolg van waren in het verleden moeten regisseurs misschien wel aanzetten om een elegante afstand te bewaren van de heersende macht.” Dat werd Kore-eda helemaal niet in dank afgenomen. De in het festivalcircuit als bijzonder minzaam beschouwde regisseur, was plots een respectloze rebel in eigen land.

Kore-eda reageerde door te stellen dat “het alarmerend is dat de hedendaagse samenleving de mensen negeert die tot criminaliteit gedreven worden” en betreurde dat “er in Japan een tendens bestaat om culturele subsidies te reduceren tot een soort van openbare liefdadigheid”. Om krachtig te besluiten: “Cultuur gaat sterven wanneer gehoorzaamheid aan de macht een voorwaarde is om publieke steun te genieten.” Een sterk, en terecht, statement van een filmmaker die met SHOPLIFTERS zijn absolute meesterwerk heeft gemaakt. Een Palm die kan gelden als referentiefilm.

FILM: **** / geen extra's

Themastukken en meer besprekingen van films op dvd, VoD en blu-ray, vind je in de rubriek 'Huisbios' in het tijdschrift Filmmagie.

Geschreven door IVO DE KOCK

Shoplifters

Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
September Film

Media: 

onomatopee