Sollers Point

SOLLERS POINT is pas de vierde langspeler van Matthew Porterfield, maar met werk opgenomen in de permanente collectie van het MoMA en bekroond op diverse festivals is de uit Baltimore afkomstige filmmaker uitgegroeid tot een van de vaandeldragers van de Amerikaanse onafhankelijke cinema. Een impressionistisch cineast die subtiel, somber én hoopvol filmt.

Op het eerste gezicht lijkt SOLLERS POINT niet uit te blinken door originaliteit. Matthew Porterfield (°1977) schetst het portret van een net uit de gevangenis ontslagen kansarme jongeman die een nieuwe start wil nemen tegen de achtergrond van een precair Amerika in de greep van racisme, armoede en verslaving. Dat oogt als het soort film waar de Amerikaanse independents een patent op hebben: het verhaal van marginale personages als illustratie van de vernietiging van de Amerikaanse droom.

Porterfield slaagt eri echter n de vertrouwde clichés te overstijgen met het subtiele en impressionistische portret van een gemeenschap, een buurt en een generatie. Waarbij het verhaal, zonder de traditionele dramatische wendingen en tragische ontknoping, eigenlijk naar de achtergrond verdwijnt en de personages op het voorplan treden. Dat geldt voor het hoofdpersonage Keith (McCaul Lombardi, een fysiek acteur die uitstekend emotionele complexiteit suggereert), een twintiger die in het huis van zijn vader woont, maar ook voor alle nevenpersonages.

De titel SOLLERS POINT verwijst naar een arme, raciaal gemengde arbeidersbuurt van Baltimore (Amerika’s misdaadhoofdstad) in Maryland. In de 20ste eeuw was het een belangrijk centrum van de staalindustrie, maar na een golf van fabriekssluitingen in de jaren 70 en 80 werd het een woestenij van werkloosheid, armoede en misdaad. Daar tracht de voor drugshandel veroordeelde Keith zich tijdens een warme zomer (moeizaam) te re-integreren.

Aanvankelijk zit hij met een enkelband gekluisterd in het huis van zijn vader Carol (Jim Belushi), maar daarna toert hij door de wijk en legt hij voorzichtig contacten (met buren, rappende jeugdvrienden, zijn grootmoeder, zijn zus en ex-geliefden) en wijst hij mensen af (gangleden en blanke racisten die hij in de gevangenis leerde kennen). Hij brengt ook tijd door in een stripclub en met een hond die achterbleef bij zijn spaarzaam met het ‘bezoekrecht’ omspringende vriendin.

In een bonusinterview benadrukt Porterfield dat SOLLERS POINT heel persoonlijk is: “De film gaat over de relatie met mijn vader en mijn hele familie en over mijn impulsieve, zelfvernietigende trekjes. Het hoofdpersonage is het slachtoffer van de gedragscode die hij geleerd heeft en die versterkt wordt door de mensen in zijn leven. Keith zit in een situatie waarin het voor hem onmogelijk is om te groeien. Er is een kloof tussen wat er in hem zit en hoe zijn vader hem kent, en dat creëert een groot gevoel van frustratie. Ik woonde zelf als volwassene enkele jaren bij mijn vader, dat gevoel is me dus erg bekend. Het kan heel beperkend zijn om bij een ouder te leven.”

Ook de buurt is vertrouwd. “Mijn vader en grootmoeder leefden er”, vertelt Porterfield. “Met de staalindustrie was het vroeger heel levendig, maar nu is het een dode buurt zonder werkkansen. Mijn interesse ging uit naar iemand die vastzit in een omgeving zonder veel mogelijkheden. Jongeren zoals Keith belanden wel erg snel in de gevangenis en krijgen daar geen steun. Ik wou tonen hoe iemand zich na een gevangenisverblijf opnieuw tracht aan te passen aan de vrijheid. Maar vooral ook hoe moeilijk dat is.”

Net zoals Hamilton (2006), Putty Hill (2010) en I Used to Be Darker (2013) is SOLLERS POINT een soort folkballade, een impressionistische beschrijving van mensen en hun leefwereld. “Al mijn films gaan over de blanke arbeidersklasse,” zegt Porterfield “want dat is de wereld waarin ik opgroeide. Weinig films tonen het arbeidersbestaan op een authentieke en menselijke wijze.” Hij denkt daarbij aan films zoals Straight Time (Ulu Grosbard, 1978), Thieves Like Us (Robert Altman, 1974), Blue Collar (Paul Schrader, 1978). Die films hebben atypische helden en spanningen, en een nadrukkelijke focus op leven in de marge. Porterfield verbindt dat met aandacht voor de topografie van een buurt, waarbij hij in kaart brengt hoe mensen ‘samen leven’.

Wat hem bezighoudt, is “hoe blanken en zwarten op elkaar inwerken in Baltimore. Ze behoren allemaal tot de arbeidersklasse, maar leven grotendeels in andere buurten. In Keiths buurt leven ze echter samen en delen ze een ervaring. Keith is op zijn gemak bij zwarten, maar hij is blank en komt net uit de gevangenis, waar alles opgedeeld is volgens raslijnen. Tijdens zijn re-integratie moet hij opnieuw wennen aan die gemeenschappelijke ervaring. De buitenwereld is minder gesegregeerd dan de wereld van de gevangenis. We denken vaak aan blanken en zwarten als mensen die in andere werelden leven, maar er zijn ook buurten waar ze samen leven. Het is interessant om dat op het scherm te zien. Dat wordt veel te weinig gedaan.”

Daarnaast verwerkte Porterfield ook het gevoel van ontevredenheid, dat zou leiden tot de verkiezing van Donald Trump, in de film. “Dat gevoel is in de VS niet erkend door links en wordt uitgebuit door rechts. We monteerden de film tijdens de presidentscampagne en hielden een testvertoning de dag na Trumps verkiezing. Dat gaf de film een nieuwe resonantie. Ik begon niet aan SOLLERS POINT met een politieke visie of boodschap, ik reageerde gewoon op vertrouwd lijkende omstandigheden en de tijdsgeest.”

De jonge filmmaker erkent zijn passie voor Amerikaanse films uit de seventies, meer bepaald ensemblefilms zoals Robert Altmans Nashville (1975). “Daarin zijn ook kleine rollen uitgewerkt. Daarom wil ik dat in SOLLERS POINT alle rollen hun gewicht hebben. Ik ben er trots op dat ook nevenpersonages, zoals de verslaafde vrouw of de bendeleider die raad geeft, indruk maken op de kijker omdat ze op een opwindende wijze tot leven komen.”

Dat heeft alles te maken met hoe Porterfield in het leven staat en film bekijkt: “Ik tracht alle personages respectvol en menselijk te benaderen, ik hou ook van alle personages. Je kan, vind ik, geen films maken wanneer je niet houdt van de mensen over wie je film gaat. Ik hoop dat duidelijk wordt dat mijn films veel liefde bevatten. Zelfs personages die foute beslissingen nemen of twijfelachtige motieven hebben, zijn fundamenteel goed. Daar geloof ik in.”

Het resultaat is een subtiele film vol evenwaardige en complexe personages. Een film die stijlvol is, maar vooral authentiek. Die echtheid druipt van de beelden en is ook te horen. “Ik hou van muziek die gemotiveerd lijkt door de situaties, de plaats en de personages”, stelt Porterfield. “Ik heb geen afkeer van muziekscores, maar ik ben gewoon verslingerd aan de natuurlijke geluiden van de wereld, aan de geluiden van de krekels of de sirene van een trein, en ik gebruik graag de muziek die de personages zouden spelen.”

In Porterfields drang naar authenticiteit en zijn liefdevolle benadering schuilen openheid en hoop. Ook al oogt de wereld somber en lijkt de Amerikaanse droom te transformeren in de Amerikaanse nachtmerrie, toch blijft er altijd hoop. Niet dat SOLLERS POINT afsluit met een happy end. Porterfield wil niet verder gaan dan een open einde en een nieuw fragiel evenwicht. Ook nu Shabier Kirchner Porterfields vaste DoP Jeremy Saulnier (regisseur van Blue Ruin, 2013) heeft vervangen, is de beeldvoering poëtisch. Er schuilt schoonheid in de omgeving, waarheid in het portret van de gemeenschap en hoop in de kracht van de personages.

FILM: **** / EXTRA'S: ** (interview, verwijderde scènes)

Meer dvd-, blu-ray- en VoD-besprekingen en -themastukken kan je lezen in ons tijdschrift, dat maandelijks in print verschijnt.

Geschreven door IVO DE KOCK

Sollers Point

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Imagine Film Distribution

Media: 

onomatopee