Spider-Man: Homecoming

Na een overdosis overbodige reboots, mislukte episodes van uitgemolken franchises en inspiratieloze stripverfilmingen zaten we niet echt te wachten op een nieuw Spider-Man-avontuur. Marvel Studios is immers geen garantie voor kwaliteit. Maar, verrassing, Jon Watts toverde de superheld om in een proletarische, aan sociale media verslaafde adolescent, waardoor SPIDER-MAN: HOMECOMING een eerder geslaagde tienerkomedie is geworden.

Totaal onverwacht wordt de meest menselijke van alle superhelden succesvol gereanimeerd nadat het personage tweemaal figuurlijk morsdood leek. Een eerste keer na Sam Raimi’s te donker ervaren Spider-Man 3 (2007), een tweede keer na het flauwe The Amazing Spider-Man 2 (2014) van Marc Webb. Het reanimatieteam bestaat voor een groot deel uit marketeers, de samenwerking tussen Sony en Marvel Studios is eerder lucratief dan creatief, maar Jon Watts (regisseur van de sterke kat-en-muisfilm Cop Car met Kevin Bacon) slaagt er wel in met een solide karakterschets het personage te doen ‘thuis komen’. Ook al is Spider-Man: Homecoming minder stijlvol dan de onovertroffen Raimi-trilogie.

De hele operatie heeft een hoog ‘terug naar huis’-gehalte, want door de samenwerking tussen Sony en Marvel Studios is superpuber Peter Parker weer stevig verankerd in het Marvel Cinematic Universe. Lang, lang geleden, toen Marvel nog in geldnood zat en de Hollywoodmajors nog niet geïnteresseerd waren in superhelden, gingen de filmrechten van hand tot hand (Cannon van het duo Golan-Globus zag er wel brood in, maar raakte niet ver). Tot Columbia Pictures er in 1999 de hand op legde en David Koepp een scenario schreef gebaseerd op de comics van Stan Lee en Steve Ditko dat (met de hulp van een legertje scenaristen) leidde tot het door Sam Raimi geregisseerde drieluik Spider-Man (2002), Spider-Man 2 (2004) en Spider-Man 3 (2007).

Ruim 15 jaar en twee Spider-Manseries later zijn de tijden veranderd. Marvel is opgeslokt door het hongerige Disney (dat na Pixar en Lucasfilm nu ook 20th Century Fox tot zich heeft genomen) en staat nu zowaar met twee titels in de all-time box office top 10 (The Avengers op 5 en Avengers: Age of Ultron op 7), zodat het kan trachten Peter Parker in het om cross-overs draaiende Marveluniversum te trekken. Dat gebeurt via een bizarre deal met Sony (de bioscooprechtenhouder), dat voor de duur van twee door hen gefinancierde en verdeelde films de recettes mag bewaren terwijl Marvel de opbrengsten van de afgeleide producten en strips (waar zij de rechten van bezitten) incasseert en de toelating krijgt om Spider-Man te laten opdraven met het Avengerteam. Sony mag bovendien met nevenpersonages enkele aan het Spider-Manuniversum gelinkte films/franchises ontwikkelen. Opmerkelijk is wel dat Marvel creatieve inspraak krijgt en mee de toon, stijl en inhoud van de nieuwe reeks bepaalt.

Dat leidt gelukkig niet tot ironie (Ant-Man) of cynisme (Iron Man), maar tot nuchtere coming-of-ageromantiek. Peter Parker is noch de melancholische held van Raimi, noch de tijdloze universele figuur van Webb, maar een kind van zijn tijd. Iemand van het post-9/11-tijdperk, doordrongen van de tijdsgeest en vrolijk levend op het ritme van selfies en sociale media wanneer hij gerekruteerd wordt door Iron Man Tony Stark. Een droom voor de adolescent, die net als zijn narcistische leeftijdsgenoten dweept met superhelden en daarom met jeugdig enthousiasme de mogelijkheden van zijn pak en zijn rol uittest. Gelukkig houdt een geek, zijn vriend Ned, de nieuwe vliegende held met de voetjes op de grond.

Daardoor is Spider-Man: Homecoming meer een (grotendeels in een lyceum spelende) buddy movie dan een actiespektakel en ogen de fysieke scènes meer als dansintermezzo’s dan als een gewelddadig, kinetisch spektakel. Dit is geen destruction porn en relativerende humor doet het gebeuren zelfs meer overhellen naar een tienerkomedie. Wanneer Peter zegt over Stark “I’m just sick of him treating me like a kid all the time”, reageert Ned met “But you are a kid!” Touché!

De krachttoer is dat de filmmakers van Spider-Man (opnieuw) een volksheld maken. “Can’t you just be a friendly neighborhood Spider-Man”, vraagt Tony Stark en dat is ook wat Peter Parker doet, een buurtheld worden. Een man van het volk, een proletariër. In fel contrast met koningskind Superman, rijke erfgenaam Batman en CEO Tony Iron Man Stark. De arrogantie van deze laatste manipulator geeft aan hoeveel machtiger geld en sociale positie zijn dan welke superkracht ook.

Mede door de almacht van de visuele effecten vergeten veel superheldenfilms dat in de klassieke comics, die gelden als hun inspiratiebron, de grootste superkracht in de ‘held’ zelf zit. Zoals Stark aangeeft: “If you’re nothing without this suit, then you shouldn’t have it.” Via het coming-of-agestramien wordt de vertrouwde zoektocht van een superheld ‘naar wie hij is’ (“Spider-Man isn’t a party trick! I’m just gonna be myself”, zegt Peter) verbonden met zowel hormonale opstoten als morele conflicten en emotionele onzekerheden. En met de tijdsgeest. “You’re the Spider-Man, from YouTube”, kirt Ned enthousiast wanneer hij het geheim van zijn vriend ontdekt.

Opmerkelijk is dat de tragiek dit keer niet verankerd is in (het verlies van weeskind) Peter Parker of in een fatale spinnenbeet, maar in Adrian Toomes aka Vulture, een man die alles zou doen voor zijn familie en die als kleine ondernemer zijn graantje wil meepikken op een (wapen)markt gedomineerd door bedrijven zoals die van zaakvoerder en hobby-superheld Tony Stark aka Iron Man. De vraag is welke orde de Avengers in stand willen houden (of willen herstellen) en waar de roots van het ware kwaad liggen. Jon Watts stelt de vraag niet nadrukkelijk, maar maakt er een onderstroom van in deze bescheiden maar amusante superheldenfilm. Spidey is ‘keicool’, maar ook ‘megagewoon’. En dat is hier de charme.

FILM: *** / EXTRA’S: *** (documentaires, verwijderde scènes)

Geschreven door IVO DE KOCK

Spider-Man: Homecoming

Regisseur: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Sony Pictures

Media: 

onomatopee