Taxi Teheran

Twee jammerende vrouwen met een goudvis in een bokaal (vooreerst, dan in een plastiek zakje) op de achterbank van taxichauffeur en filmregisseur Jafar Panahi, die door Teheran koerst om op tijd op hun bestemming aan te komen: “we moeten vóór de middag aan de Ali-fontein zijn”, dringen ze aan, “anders gaan we dood.” Net zoals met zijn andere passagiers lukt het Panahi niet hen op de eindbestemming af te zetten.

Wie pikt Panahi nog zoal op? Er is de zwaargewonde man die hij naar het (goedkoopste) ziekenhuis voert en die tijdens de rit zijn testament dicteert, om te verzekeren dat zijn grond naar zijn echtgenote gaat en niet onder zijn broers wordt verdeeld. Er is de lerares die in discussie treedt met een ‘freelance’ geweldpleger over diefstal en doodstraf. Er is de videotheekhouder die dealt in in Iran gecensureerde arthousefilms (van Nuri Bilge Ceylan bijvoorbeeld) en Amerikaanse blockbusters. 

Stuk voor stuk staan ze treffend symbool voor het welopgevoede, gecultiveerde, soms chaotische en ongelijke, vaak door de staat strak gehouden Teheran dat Panahi portretteert in TAXI TEHERAN. Panahi is de neutrale luisteraar. Empathisch en vriendelijk, dat wel, maar veelal glimlachend in eigen gedachten verzonken. In zijn bijna documentaire TAXI TEHERAN laat hij het volk spreken, via episodische ontmoetingen (cf. Holy Motors van Leos Carax), geregistreerd door zijn dash camera. Ogenschijnlijk moeiteloos, maar immer optimistisch slaagt Panahi erin kritiek op en liefde voor een maatschappij, het systeem, zijn land te ballen in een bescheiden en naturelle film. Met verrassend veel humor. De meest frappante scène uit TAXI TEHERAN is dan ook wanneer Panahi zijn nichtje oppikt en ze hem vertelt over een schoolopdracht waarvoor ze een film moet maken. Vrolijk leest ze de regels voor die haar leerkracht opstelde, een handleiding om tot een goede, ‘distribueerbare’ film te komen: man en vrouw mogen geen contact hebben in de film, de personages mogen enkel Islamitische namen dragen … Om er maar enkele te noemen.

Met die scène legt Panahi slinks de link naar zijn eigen werk, want nog altijd staat de Iraanse filmmaker onder een beroepsverbod, mogen zijn films niet in Iran vertoond worden en mag hij het land niet verlaten. Al stopt hem dat kennelijk niet om stiekem films te draaien, met zijn iPhone (This is not a Film) of met Go Pro/dashcam (TAXI TEHERAN). De aftiteling komt dan ook aan, even hard als dat de film zacht is: slechts Panahi’s naam staat er te lezen, om de rest van cast en crew niet in gevaar te brengen.  Zijn taxiklanten krijgt hij quasi nooit of toch nooit snel genoeg tot op de eindbestemming, maar Panahi slaagt er wel in de film – met internationaal heel wat steun - tot op het filmfestival in Berlijn te krijgen, waar het er midden februari met de Gouden Beer werd bekroond. Een goede stap vooruit voor de Iraanse Cinema, was het antwoord van de aan huis gekluisterde filmmaker (zijn nichtje kwam de prijs ophalen). “Maar geen enkele prijs is zoveel waard als dat ik mijn landgenoten mijn films zou kunnen laten zien.” Panahi blijft trouw aan zijn land en cultuur, vlucht niet maar vecht. Mooi te zien hoe zelfs een ban en huisarrest Panahi niet verbitteren of stoppen.

Onder druk van de internationale filmwereld klinkt het commentaar vanwege de Iranese Cinema Organisation deze keer opvallend flauw, wel afkeurend, maar ook “verheugd aan te kondigen dat de regisseur van TAXI TEHERAN op de snelweg van zijn leven blijft voort rijden.” Grappig, moest het niet zo triest zijn. Panahi als chauffeur en portretteur, als mobilisator voor zijn land ... De in de kiem gesmoorde filmmaker blijft film-maker. Getalenteerd en hopelijk ook snel weer volledig vrij.

Geschreven door SARAH SKORIC

Taxi Teheran

22/04/2015
Regisseur: 
Acteurs: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Imagine

Media: