They Shall Not Grow Old

“Hi, mum”, horen we een Westfrontsoldaat zeggen wanneer hij voor de camera van een anonieme cameraman naar het thuisfront zwaait. In vrolijke kleuren, want Peter Jackson heeft oude documentaire beelden nieuw leven ingeblazen voor THEY SHALL NOT GROW OLD. Toch ademt de meest persoonlijke film van de regisseur van ‘King Kong’ tragische tristesse uit.

You don't look, you see. You don't hear, you listen. You taste the top of your mouth. Your nose is filled with fumes and death. But the near of civilization has dropped away.” Er werd hier en daar wat denigrerend gedaan over Peter Jacksons “klank en lichtspel” THEY SHALL NOT GROW OLD, maar deze documentaire – opgedragen aan de in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde soldaten, de grootvaders van Peter Jackson en Fran Walsh in het bijzonder – is geen vrolijk immersief spektakel. Het is een vrij sombere film over vergankelijkheid en het (dagelijkse) leven van soldaten tijdens de verschrikkelijke artillerie- en loopgravenoorlog bekend als de Grote Oorlog.

THEY SHALL NOT GROW OLD opent met zwart-witbeelden in een 4:3-kader van soldaten die zich voorbereiden om te gaan vechten, en hoogstwaarschijnlijk te sterven, op een Vlaams slagveld. “Ik gaf mijn jeugd op om een job te doen”, zegt een stem. “Het was allemaal een groot spel”, relativeert een andere. Zulke anonieme stemmen blijven hun verhaal ook doen wanneer het beeld groter en kleurrijker wordt en de documentaire nadrukkelijk op het dagelijkse leven aan het Westfront focust.

De tol van de Grote Oorlog

“In sommige opzichten is dit mijn meest persoonlijke film”, bekent de regisseur van Heavenly Creatures, King Kong en Lord of the Rings in de making-of. “Zoals je in de credits merkt, heeft mijn grootvader in de Eerste Wereldoorlog gevochten. Mijn grootoom Sidney Ruck herdacht ik daar ook. De grootoom van mijn partner en coscenarist Fran Walsh zat in het Nieuw-Zeelandse leger en sneuvelde in 1918, vier à vijf uur voor het einde van de oorlog. Mijn grootvader overleefde de oorlog, maar liep zodanige verwondingen op dat hij vroeg overleed. De fysieke en psychische tol van de oorlog was immens.” Al heeft Jackson gemengde gevoelens: “Toen mijn grootvader in Groot-Brittannië ging herstellen, ontmoette hij mijn grootmoeder. Dat kan ik moeilijk negatief bekijken.”

In THEY SHALL NOT GROW OLD vertelt een veteraan dat een bekende hem na de oorlog vroeg: “Waar ben je geweest? Had je nachtdienst?” Een van de grote frustraties van veteranen van de Grote Oorlog was hoezeer het thuisfront snel het gebeuren wou vergeten en hoe weinig men zat te wachten op de verhalen van soldaten, zeker wanneer die niet overeenstemden met de heroïsche propagandaversie van de overheid. Gelukkig verzamelde het Imperial War Museum beeldmateriaal en legde de BBC audiomateriaal van getuigenissen vast. Er gebeurde echter weinig mee, tot fantasy-specialist Jackson voor de herdenking van het honderdjarige einde van de oorlog op de proppen kwam met het idee van een collage.

Een stevige uitdaging

De hele onderneming was volgens Jackson een titanenwerk: “We moesten zeshonderd uur audiomateriaal beluisteren en honderd uur beeldmateriaal bekijken, want je kan pas beginnen de film samen te stellen wanneer je weet wat er allemaal beschikbaar is. Uiteindelijk hebben we het aanbod gefilterd. De honderd uur aan beelden brachten we terug tot zes à zeven uur. En het audiomateriaal tot zo’n dertig à veertig uur. Nog altijd veel.”

Bovendien was het filmmateriaal oud en problematisch. “De originele film van de cameramannen aan het Westfront was ongerept, maar in de archieven zitten vaak kopieën van de derde of vierde generatie die beschadigd zijn of die na honderd jaar zijn gekrompen”, aldus Jackson, die ook onderstreept dat de scherpte moest worden hersteld en de juiste projectiesnelheid moest worden bepaald. “Omdat het materiaal verschillende snelheden had, moesten we achterhalen wat die snelheden waren, zonder papier of naslagwerk. Uiteindelijk deden we een wilde gok, die bleek te kloppen. Dat was cruciaal, want wanneer de snelheid juist zit, komt de film tot leven.”

De hand van Jackson

Omdat de cameramannen tijdens de Eerste Wereldoorlog vrij statisch filmden, bevatte het materiaal dat Jackson vond vooral wide shots. “Omdat onze restauratie de beelden zo scherp kreeg, konden we af en toe inzoomen”, zegt Jackson. “Dat liet ons toe dichterbij te komen en via kleine tilts of pans een camerabeweging te suggereren.” Een andere aanpassing was het lichter maken van de opnamen. “Een aantal beelden was bijna zwart,” aldus Jackson, “zo donker dat je amper ziet wat erop staat. Net als overbelichte opnamen werden ze in het verleden amper bekeken. Door de belichting goed te krijgen wisten we origineel beeldmateriaal te creëren.”

Het resultaat was volgens Jackson dat de gezichten van de soldaten plots tot leven kwamen: “Je voelt hun persoonlijkheden en ziet hun angst, de humor en de spanning.” Dat sterkte hem in de overtuiging dat het hun verhaal moest worden. Daarom besloot hij niet te werken met historici, maar mensen die erbij waren aan het woord te laten. “We hadden geluk, want het Imperial War Museum en de BBC hadden enorm veel interviewmateriaal van veteranen opgenomen”, geeft Jackson toe. Dat materiaal bepaalde mee het scenario: “Het viel op hoeveel ze over hun alledaagse levens spraken. Over wat ze aten, hoe ze sliepen, hoe ze reageerden op artillerievuur, wat ze dachten van hun kompanen in de loopgraven, hoe de dagelijkse routine eruitzag. Daarom besloten we te focussen op hoe een normale Britse soldaat zijn diensttijd aan het Westfront ervoer.”

Van heel veel zaken, zeker van de gevechten, bestaat er beeldmateriaal omdat de opnamen gemaakt werden voor propagandadoeleinden. Toch konden de cameralui niet in extreem gevaarlijke situaties werken. “Dat dwong ons om interessante dingen te doen”, aldus Jackson. “Het eerste waar we aan dachten was de gezichten van de soldaten naast elkaar plaatsen. Veel beelden hadden we al eerder gezien, waardoor je bijna het gevoel krijgt dat je een oude vriend terugziet, iemand die een bekende van je is. We zoomden een beetje in en lieten ze afspelen in slow motion. De dialoog zou gaan over iemand die gedood was en dan lieten we een beeld zien van een lichaam op de grond. Daarmee toonden we dat deze persoon het ene moment nog leefde en opeens dood was.”

De oorlog in kleur

Jacksons keuze om het gerestaureerde archiefmateriaal te 'pimpen' met kleur en geluid werd niet door iedereen gesmaakt. Tegenstanders vonden dat het de beelden 'minder echt' maakte en ergerden zich aan het getoonde bloed en het (te?) groene gras, maar het inkleuren brengt het gebeuren dichterbij en maakt het tastbaarder. Anders is het bij klassieke, donkere en onscherpe zwart-witbeelden, die ons stukjes geschiedenis tonen waaruit de mensen zijn weggegomd.

“Toen we beslist hadden dat de film uit herstelde zwart-witbeelden zou bestaan en veteranen de vertelling zouden doen, werd het duidelijk dat we de beelden moesten inkleuren”, zegt Jackson. “Zo werd het hun verhaal. Ze spraken over ervaringen die ze beleefden in kleur. Voor mij was het vanzelfsprekend dat we het beeldmateriaal moesten voorzien van kleur. Ik heb er problemen mee om een zwart-witfilm kleur te geven als de regisseur daarvan ervoor koos in zwart-wit te werken vanwege artistieke redenen, maar hier filmde men enkel uit praktische overwegingen in zwart-wit.”

Voor Jackson speelden er dan ook enkel technische kwesties, geen morele. Om kwalitatief werk af te leveren nam hij de tijd voor de inkleuring en de research. Al kon dat fouten niet voorkomen, zo zou de kleur van de tanks verkeerd zijn. Er waren echter ook positieve resultaten. Zo trok Jackson op zijn eentje door Vlaanderen naar alle verschillende slagvelden en werden de foto's die hij er maakte gebruikt bij de restauratie en inkleuring. Hij haalt het voorbeeld aan van de shots van soldaten die ineengedoken in een holle landbouwweg wachten om de Duitse linies honderd meter verder aan te vallen: “Sommigen zagen er begrijpelijk heel angstig uit. Het lukte mij naar die holle weg te gaan en die bleek nog identiek. Honderd jaar is verstreken en er is niets veranderd.” Dat contrasteert met het tragische lot van de soldaten: “Het merendeel van die jongens werd waarschijnlijk gedood, ze bevonden zich in de laatste dertig minuten van hun leven.”

Een menselijke film

Jacksons research bracht het verleden tot leven. Via liplezers en een zoektocht in de archieven werd achterhaald welke peptalk een officier gaf daags voor een gevecht. Uiteraard maakte de regisseur ook keuzes. Zo besloot hij een aantal onderwerpen níét aan te snijden: de betrokkenheid van vrouwen bij de war effort, de impact op industrialisering, de rol van de kolonies ... “Ik wilde geen film maken met een beetje van alles wat”, benadrukt Jackson. “Ik wou op intense wijze tonen hoe het was om de Eerste Wereldoorlog mee te maken. Daarom mijn focus op Britse soldaten aan het Westfront.”

Wie meer wil weten over de politiek-economische context en het militaire verloop van de oorlog komt niet aan z’n trekken bij THEY SHALL NOT GROW OLD. “Ik zie het graag als een film die gemaakt is door een niet-historicus voor niet-historici”, zegt Jackson. “Dit is geen academische film over de Eerste Wereldoorlog, maar ik hoop wel dat kijkers zich gaan afvragen of familieleden betrokken waren bij de oorlog. Nu is het moment om op onderzoek uit te gaan, want binnen twintig jaar zullen deze connectie en de ermee verbonden verhalen verdwenen zijn. Strategieën en tactieken zijn voor academici. De film en de menselijkheid ervan hebben met ons allemaal te maken en gaan over hoe onze familie is gevormd door deze oorlog.”

FILM: *** / EXTRA'S: ** (making-of)

Themastukken en meer besprekingen van films op dvd, VoD en blu-ray, vind je in de rubriek 'Huisbios' in het tijdschrift Filmmagie.

Geschreven door IVO DE KOCK

They Shall Not Grow Old

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Warner Home Video

Media: