Timothée Crabbé over hout vasthouden en de magie van stop-motion

De poëtische stop-motionfilm BALANCE won dit jaar de VAF Wildcard voor animatie. We spraken met Timothée Crabbé over zijn ontroerende en technisch sterke eindwerk.

Met BALANCE zet Timothée Crabbé een punt achter zijn opleiding aan de LUCA School of Arts. De Wildcards van het Vlaamse Audiovisueel Fonds leveren prijzengeld op dat volgende projecten van net afgestudeerde makers helpt financieren. Bij animatie brengt dat zestigduizend euro in het laatje. In BALANCE zien we twee acrobaten, partners naast en op het podium, die hun ideale evenwicht verstoord zien worden.

In de credits sta je vermeld als de poppenmaker, heb je de poppen helemaal handmatig gebouwd?

TIMOTHÉE CRABBÉ Ja, ik heb eerst de gezichten uit hout gesneden en daarna de lichamen. De harde stukken zijn van balsahout gemaakt, want het is belangrijk dat de poppen heel licht zijn omdat ze vaak in de lucht hangen. Balsahout is een van de lichtste houtsoorten, je kan er bijna met je vingers in duwen. De botten zijn gemaakt met aluminiumdraad en dan met allerlei tussenstukjes in elkaar gestoken, zodat je ze kan verwisselen. De handen zijn van silicone. Tot slot is er een soort spons die is gesneden in de vorm van de pop waarop je kleren naait. Het is een lang proces.

Zijn de gezichten van de poppen gebaseerd op echte mensen?

T. CRABBÉ Nee, ze geven vooral hun karakters weer. Ik wou tonen dat het personage dat het slachtoffer wordt van een tragedie iets sterks heeft, een zeker zelfvertrouwen. Vandaar die ronde vormen en dat struise gestalte. De grote ogen gaven veel mogelijkheden in de animatie van emoties. Het andere personage is minder zelfzeker. Sommige mensen zeggen dat hij lijkt op mij of op mijn vader, maar dat is niet echt de bedoeling (lacht).

Was het moeilijk om emotie te leggen in de houten gezichten?

T. CRABBÉ Het idee was om zo veel mogelijk te vertellen met beweging en met het lichaam, ook met de ogen. Ik animeer graag ogen. Met houten gezichten kan je niet zo veel bewegen. We hadden wel verwisselbare monden, maar dat was niet zo efficiënt, dus heb ik geprobeerd om alle aandacht te richten op de ogen.

Beide poppen dragen elk een rode en een blauwe sok. Zo lijken ze elkaar in balans te houden. Kan je daar iets meer over vertellen?

T. CRABBÉ (lacht) Veel mensen merken dat op, maar voor mij was het echt een detail. Ik wou daarmee de backstory van het circusuniversum meegeven en tonen dat niet alles zich op de scène afspeelt. Het is ook een symbool voor wat ze beleven, dat ze voor ze naar het theater vertrekken een sok van de andere aandoen om te tonen dat ze 'gemengd' zijn.

Dat is redelijk concreet, wij dachten dat het om de symboliek draaide, dat het toonde hoe ze als mensen op elkaar leunen.

T. CRABBÉ Ja, dat is zo, voor mij is het allemaal één geheel. Die sokken zijn daar een deel van. Heel de choreografie van het eerste deel is erg bedacht rond de symboliek van wederzijds vertrouwen. Ik wou tonen dat de ene als een grote broer de andere optilt en redt als hij gaat vallen. En het is net die grote broer – de steun – die een ongeluk heeft, waardoor de andere moet groeien naar een nieuwe rol.

Ben je ooit in de verleiding gekomen om stemmen toe te voegen aan je poppen?

T. CRABBÉ Nee, dat ben ik nooit van plan geweest. Ik zou niet goed weten wat te zeggen (lacht).

BALANCE is mooi in zijn eenvoud, je hebt ook maar één decor.

T. CRABBÉ Dat decor is geïnspireerd op circusacts waarbij het publiek zich dichtbij kan voelen, maar ook een afstand ervaart. Het meest fascinerende van circus vind ik dat alles door beweging wordt verteld. Daar wou ik met de mogelijkheden van animatie verder in gaan. Ik wou zien wat ik eraan kon toevoegen terwijl ik de vrijheid heb om van de realiteit af te stappen.

Zoals het personage dat begint te vliegen. Dat moment kan je op verschillende manieren lezen: gaat het om zelfontplooiing of escapisme?

T. CRABBÉ Allebei eigenlijk. Het eerste deel is naar de toeschouwer gericht, met de personages die hun mogelijkheden, hun fysieke krachten tonen. Vanaf het ongeluk wou ik door middel van die surrealistische beweging de focus leggen op het innerlijke van de personages. De acrobaat die zijn partner laat vallen maakt een inwendig groeiproces mee waarbij hij eerst probeert de scène te verlaten, wat eigenlijk geen oplossing is, en dan terug naar de realiteit vliegt.

Als je zelf zo’n ongeluk hebt, moet je een heel proces doormaken. Daar wou ik niet over spreken in de film, dat is mijn plaats niet. Wel heb ik de ervaring als buitenstaander. Hoe verhoud je je tot iemand die verlamd is, terwijl jij wel nog kan bewegen? Wat doe je met de mogelijkheden die je hebt? Volgens mij moet je als buitenstaander ook een transformatie meemaken die je de kracht geeft om iemand te steunen die zoiets heeft meegemaakt. 

De film eindigt met een sterke empathische boodschap.

T. CRABBÉ Die is gebaseerd op iets wat ik zelf heb beleefd: een heel dichte vriend is paraplegisch geworden. De film maken was een soort kunsttherapie voor mij, waarbij ik beelden zette op zaken die ik niet in woorden kon uitdrukken. Mijn vriend werd verlamd door een ongeluk waar ik niets mee te maken had, maar als goede vriend neem je evengoed een positie in. Wat doe je als niet jij verlamd bent geraakt, als je de mogelijkheid hebt om uit de scène te stappen? Bestaat die mogelijkheid wel? De film was een manier om zulke vragen uit te drukken.

Ontstaat er niet een geheel andere dynamiek wanneer je zelf de oorzaak bent van zo'n tragedie? 

T. CRABBÉ Ik vond het interessant mijn gevoelens rond het ongeluk te onderzoeken in de setting van een circus, dat heel dicht staat bij het gevaar van vallen, bij bewegen en niet-bewegen, maar de film is zeker geen letterlijke weergave van wat wij hebben meegemaakt. Ik wou de kijkers aanspreken los van mijn verhaal.

Trekt het fysieke aspect van beweging je zo aan in stop-motionanimatie?

T. CRABBÉ Ja, ik denk het wel. En de magie die beweging doet ontstaan. Animeren doe ik het liefst van alles tijdens het filmen, niet op voorhand met tekeningen. Ik vind het tof om heel ver te mogen gaan in transformaties en bewegingen van de lichamen.

Kwamen er veel effecten kijken bij het vliegen? Touwtjes die je later moest wegwerken en dergelijke?

T. CRABBÉ Zeker. Al gebruikte ik geen touwtjes, want dan ontstaat er te veel beweging. Ik heb gewerkt met externe rigs, metalen armen met gewrichten die ik in de lichamen van de poppen schroef. Zo kon ik frame per frame bewegen in de lucht. Daarna moest ik de rigs in elk apart beeld weggommen.

Dat klinkt als veel werk. Hoelang duurde het animeren?

T. CRABBÉ Enkel het animeren duurde twee maanden, in april en mei zat ik acht tot tien uur per dag op school. Het hele proces duurde ongeveer een jaar. Ik begon te schrijven in oktober, werkte zo’n twee maanden aan de poppen en de set en dan ongeveer anderhalve maand postproductie. Voor het gommen en het geluid heb ik hulp gekregen, onder andere van medestudenten. Percussionist Simon Leleux voorzag het eerste deel van muziek, Nicolas Marchant het andere.

Je werd begeleid door Emma De Swaef, een van de grootste stop-motionmakers in België. Hoe verliep de begeleiding? Heeft ze je veel beïnvloed?

T. CRABBÉ Eerst kreeg ik begeleiding van Emma en daarna van haar partner Marc, toen ze op zwangerschapsverlof ging. Het was goed om met beiden te kunnen werken omdat ze allebei verschillende dingen heel goed doen. Marc heeft me bijvoorbeeld veel geholpen met de belichting. Met Emma ging het meer over het ontwikkelingsproces, over nadenken, ideeën voorstellen en zien wat ze ervan vond. Ze hebben me veel vrijheid gelaten.

Volgens een artikel op kortfilm.be zijn er dit jaar veel goede stop-motionwerken omdat Emma doceert bij de opleiding. Denk je dat dat klopt?

T. CRABBÉ Ja. Ze zijn een goede motivatie om hard te werken. Daarvoor was er in het algemeen minder stop-motion denk ik. Emma heeft vooral een goed voorbeeld gegeven: ze bracht enkele presentaties van het proces achter Oh Willy…, een van de vorige films die ze samen met Marc maakte. Haar lessen hebben me zeker geïnspireerd.

Emma heeft met haar exclusief vilten poppen een herkenbare materiaalkeuze gemaakt. Stop-motion gebeurt meestal in klei of stof, maar jij hebt met hout gewerkt. 

T. CRABBÉ Ik vind het een interessante materie, ook al geeft hout eigenlijk niet veel mogelijkheden qua beweging.

Hoeveel gezichten heb je gemaakt voor je poppen? 

T. CRABBÉ Slechts eentje voor elk, maar wel met wisselbare monden. Die maakte ik met plasticine en kon ik met een magneet op de pop plakken, iets wat ik geleerd heb tijdens mijn Erasmus bij een animatieschool in Lissabon (Universidade Lusofona Lisboa, nvdr) twee jaar geleden. Voor de rest van de structuur heeft Emma me de nodige technieken getoond. De lichamen zijn bijvoorbeeld hetzelfde geconstrueerd als die van haar films. Het is altijd zoeken naar de beste techniek voor wat je wil vertellen. Hout is niet echt een goede optie als je een grotere productie maakt omdat je dan verschillende versies nodig hebt van dezelfde pop. Terwijl het onmogelijk is om twee keer exact hetzelfde houtstuk te hebben. Voor mijn volgende film weet ik nog niet of ik weer met hout zal werken, maar ik zou het wel graag proberen.

Over je volgende film gesproken, heb je al een idee wat je gaat doen nu met je Wildcard?

T. CRABBÉ (lacht) Ik heb al ideeën, maar ik wil er nog niet te veel over spreken want het moet nog groeien in mijn hoofd. Terwijl ik mijn eigen project ontwikkel, ga ik vanaf maart voor een tijdje bij Beast Animation werken. Ze hebben Oh Willy… en Ce magnifique gâteau! van Emma en Marc ook geproduceerd en doen alleen stop-motion.

Zal er iets uit BALANCE terugkomen in je nieuwe film, een thema bijvoorbeeld?

T. CRABBÉ Qua thema niet, maar het werkproces wil ik wel graag opnieuw volgen. Ik werk graag rond karakters en wil iets van het innerlijke leven van personages vertellen door middel van beweging en symboliek. Dat zegt natuurlijk nog niet zo veel (lacht). Ik weet nog maar een maand dat ik een Wildcard heb gewonnen, dus veel tijd heb ik niet gehad.

Nu kan je wat groter denken.

T. CRABBÉ Ja, maar niet te groot natuurlijk, want zestigduizend euro raakt snel op in een professionele productie. Ik denk dat de meeste animatiekortfilms rond de tweehonderdduizend euro kosten. Ik weet nog niet zo goed hoe het allemaal in elkaar zal zitten, maar ik ben wel heel blij om verder te kunnen gaan.

Brussel, 23 december 2019

Geschreven door LANDER LUYTEN & CHARLOTTE TIMMERMANS

Timothée Crabbé over hout vasthouden en de magie van stop-motion

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
LUCA School of Arts

Media: 

onomatopee