Vincent Coen & Guillaume Vandenberghe over Rien n’est pardonné

Op het 9de Millenium Festival koos een jury uit elf Belgische documentaires voor het belangwekkende RIEN N’EST PARDONNÉ als winnaar van de Grote Prijs. We geven het woord aan spraakwaterval Vincent Coen en Guillaume Vandenberghe, het duo achter de film. “De aanwezige camera was haar bescherming.”

Het hoofdpersonage van RIEN N’EST PARDONNÉ is de flamboyante persoonlijkheid Zineb El Rhazoui, een journaliste die tijdens de Arabische lente in Marokko ook activiste wordt en strijdt voor het recht op vrije meningsuiting. Vervolgens moet ze naar Frankrijk vluchten, waar ze als redacteur van het satirische blad Charlie Hebdo – zij schreef de teksten bij de cartoons – begin 2015 maar net aan de aanslag ontsnapt en waar ze momenteel de best bewaakte vrouw van het land moet zijn.

FILMMAGIE: Hoe hebben jullie Zineb El Rhazoui ontmoet? Als Vlaming was het vast niet vanzelfsprekend om in Marokko het begin van de Arabische Lente waar te nemen.

VINCENT COEN: Wij waren onze film Cinéma Inch Allah aan het afwerken, een portret van vier Belgische Marokkanen in Brussel die we vier à vijf jaar hadden gevolgd. Zij maakten ‘wacky’ komedies, een beetje een mix tussen Jean-Claude Van Damme en Louis de Funès, naïeve komedies met maatschappijkritische inslag, bijvoorbeeld over hoe Marokkanen worden gepercipieerd. Een van die films, Djamal Disco 2 (over politieagenten in Brussel), hebben wij gebruikt als structuur om een portret van die kerels te maken. Tijdens de opnames van die film radicaliseert de regisseur. Hij kan ook geen films meer maken … Zo ver waren we, en in onze omgeving in Brussel zeiden veel mensen ons dat de Arabische Lente ook in Marokko zou toeslaan, en dat we daar naartoe moesten gaan. Toen dachten we: laten we met open vizier in Marokko een soort casting doen waarbij we met zoveel mogelijk jongeren praten: met de Moslimbroeders, met syndicalisten, en ook met MALI (Mouvement alternatif pour les libertés individuelles), een actiegroep die opviel omdat die op een heel provocerende manier werkt. De groep werd gerund door twee vrouwen: Zineb en Betty, echte rebellen. Ze regelen alles zelf, overdag gaan ze protesteren met de smartphone bij de hand. De politie vloog er ook stevig in. Toen we aankwamen in mei 2011 had het regime de repressie al redelijk verhoogd. We hadden dat onderschat omdat het Marokko was, niet Tunesië of Egypte. Overdag waren er protesten en ’s avonds ging een deel, zeker de seculiere jeugd van de Franse scholen, naar bars waar er werd gedronken en gerookt en gebabbeld. Dat was zeer romantisch. Er werd zwaar gefeest om de stress van die dag van zich af te schudden.

Is die sfeer vergelijkbaar met die van mei 68?

V. COEN: Inderdaad. Het stond daar in vuur en vlam, met mensen die heel dicht bij ons staan qua overtuiging: seculieren, homoseksuelen, alleenstaande moeders ... Mensen met dromen en met de hoop dingen te kunnen veranderen. We zijn Zineb beginnen te volgen en hadden al vrij snel door dat de Arabische Lente zou worden platgedrukt. Een tijdje hebben we overwogen om de film te structureren om een actie van MALI over een abortusschip die we volledig hebben opgevolgd. Ze hadden een Nederlands schip uitgenodigd voor de kust van Marokko, volgens het principe dat je twaalf mijl uit zee in internationale wateren bent, en dan is het de vlag van dat schip dat telt. Dus op dat Nederlandse schip mag je abortus plegen. We hebben die actie integraal gefilmd en hadden gehoopt dat die structuur aan onze film zou geven. Parallel daarmee werkten we aan de financiering van de film. We kregen te horen dat de markt verzadigd was voor films over sterke vrouwen in de Maghreb omdat dat al zo vaak was gefilmd. Ons idee werd onthaald op beleefde afwijzing tot puur paternalistische commentaar. We kregen de film dus niet gefinancierd, maar zijn wel zelf blijven filmen. We mochten daarvoor het materiaal van de Vlaamse filmproducent Savage gebruiken. Toch is er nog een volgende stap nodig van een producent die zegt: “Ik produceer het.”  En dat gebeurde niet meteen. We hebben lang in een onzekere grijze zone gezeten, al was die producent loyaal en konden we hun materiaal gebruiken. Maar dan moest Zineb weg uit Marokko. We verloren haar een tijdje uit het oog, want ze zat in de Sloveense hoofdstad Ljubljana bij ICORN (International Cities of Refuge Network, nvdr), een organisatie die wereldwijd safehouses voor schrijvers heeft. In Slovenië kon ze niet aarden. Ze is wel Franstalig, en dat is niet vanzelfsprekend in Slovenië. Ze was toen al aan het freelancen voor Charlie Hebdo. Later heeft Charlie Hebdo haar vast in dienst genomen en haar uitgenodigd om naar Parijs te komen. Ze had in Parijs gestudeerd. Dus voor haar was dat een soort thuiskomen, want ze kende het daar allemaal. En dan gebeurt wat er gebeurt begin januari 2015.

Is dat het toeval dat meespeelt? Jullie waren haar aan het volgen en dan gebeuren die aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo.

V. COEN: Je mag niet vergeten dat we haar natuurlijk hebben gekozen omdat ze zo’n hoog dramatisch potentieel had. Zo is ze berucht geworden door de picknick tijdens ramadan in 2009, in Marokko bij wet verboden. Ze waren daar met vier of vijf jongeren, denk ik. Er zijn daar toen bataljons politie op afgestuurd. Op het achtuurjournaal in Marokko werd een fatwa over hen uitgesproken. We zochten dus ook wel iemand die ervoor ging. Bovendien betekende onze camera voor haar bescherming. Zij als activiste besefte dat, natuurlijk. Ze had die bescherming nodig. Het was een soort onuitgesproken pact: wij volgen je, en zij wist heel goed wat ze aan ons had.

Konden jullie vrij filmen in Marokko?

V. COEN: Nee, wij konden niet op straat filmen en de telefoons werden afgeluisterd. Vanaf de eerste ontmoeting moesten we in het geheim afspreken. Er waren twee politieagenten die onze verblijfplaats in de gaten hielden. En wanneer we vertrokken werden we gevolgd, en we moesten herhaaldelijk van taxi veranderen om de agenten te proberen van ons af te schudden. Omdat Zineb zo radicaal vocht en doorging dachten we ook dat er iets zou gebeuren in Marokko. Van in het begin vroegen we ons af: Hoe ver kan ze gaan? En tot waar gaat ze?

Hebben jullie bij Zineb een evolutie kunnen zien van toen ze in Marokko was en na wat ze heeft meegemaakt met Charlie Hebdo, ook al wordt dat hoofdstuk vrij kort en bondig behandeld? Zou het kunnen dat ze nu nog meer vrouw is? Op het einde van de film is ze zwanger, en ze zet een kindje, een meisje nota bene, op de wereld terwijl ze op dat moment de meest onvrije vrouw ter wereld is, want ze kan niet gaan waar ze wil. Tegelijkertijd is ze in haar hoofd en in haar lijf de meest vrije, de meest vrijgevochten vrouw die er bestaat.

V. COEN: Het is een situatie, een personage, een verhaal dat vol tegenstellingen zit. Ze moet een staat ontvluchten omdat die haar bedreigt en een paar jaar later zit ze in een andere staat die haar net moet beschermen. Het is een soort yin en yang, een heel vreemde tegenstelling. Tegelijkertijd is ze misschien een metafoor voor wat wij als maatschappij meemaken … En dat is ook wat Zineb tot een activiste heeft gemaakt. Ze zei ooit dat als ze een jongen was geweest, ze waarschijnlijk gewoon met haar diploma journalistiek aan de slag zou zijn gegaan. In Marokko kan dat ook. Als je opgeleid bent zoals Zineb dan kan je goed leven, als je maar meedoet met het regime, je moet je wel aan de regels houden. Je kan bijvoorbeeld niet openlijk homoseksueel zijn (hoewel het wel oké is om als homo op vakantie naar Marokko te gaan) of beweren dat er prostitutie is in Marokko. Nu, ik heb nog nooit zoveel hoeren gezien als in Marokko. Na tien uur ’s avonds bij ons hotel bijvoorbeeld; en dat is de ironie. Ze zeggen hier wel eens, een vrouw die na tien uur over straat loopt is een hoer. Maar daar is dat echt zo. Na tien uur ’s avonds is daar elke vrouw die je ziet echt een hoer. Natuurlijk als gevolg van miserie en vreselijke toestanden. Marokko staat op de genderkloofindex van de Verenigde Naties ook lager dan sommige Arabische landen. Ze doen het dus zeer slecht. Dus ik denk dat dat verklaart waarom Zineb en Betty uiteindelijk zeggen: “We gaan daar niet mee akkoord, let’s fight!”

GUILLAUME VANDENBERGHE: Ze zijn eerst naar Parijs gegaan om te studeren, en toen ze terugkwamen, wilden ze de situatie in Marokko veranderen. Dat was het moment dat Mohammed VI de nieuwe koning werd, en er was hoop dat hij mee zou gaan in die verandering en de droom waar zou maken. En daarna is de Arabische Lente gekomen, en een enorme teleurstelling.

V. COEN: De Marokkaanse koning heeft het ook heel goed gespeeld. Marokko is natuurlijk ook van groot strategisch belang voor Europa en voor de Amerikanen.

Over de Arabische lente in Marokko hebben wij hier in België vrij weinig vernomen.

V. COEN: Nee, dat is hier niet zo bekend. De Belgische politici praten daar ook niet graag over. In Brussel heb je wel echt een Marokkaanse militantenscene – dus een activistenscene – die duidelijk tegen het regime is. Maar veel Belgo-Marokkanen zijn regime-minded.

Het provocerende zit in Zinebs hart en in haar brein gebeiteld. Vooral dan haar strijd tegen de islam.

V. COEN: Ik denk wel dat haar strijd veel breder is en was. Maar als er twee kerels met een Kalasjnikov naar je collega’s komen, “Allah Akbar” roepen, en hen vervolgens doodschieten, dan zal je aandacht wel daarnaartoe gaan. Dus door de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo heeft ze zich meer toegespitst op de islam, hoewel dat daarvoor ook wel voor een stuk zo was. Ze is moslima geweest tot haar 16de, 17de, en erna zei ze ook nog tegen ons: “Ik heb nog lang de reflex van een moslima gehad, namelijk dat ik me op moeilijke momenten tot God richt ...” Een anekdote. We liepen op straat in Marokko en we komen enkele Koranstudenten tegen. Die studeren verzen uit de Koran, zeggen die op en als ze het goed hebben gedaan krijgen ze wat geld. We lopen dus op straat met haar en er komen er twee naar ons toe. Ze zeggen de verzen op, zij corrigeert die mannen en ze geeft hen een dikke cent. Zineb heeft Arabisch gedoceerd, en ze ként de teksten van de Koran echt wel. Wel geeft ze er een donkere interpretatie aan. Niet alleen door de aanslagen, maar ook wanneer ze vertelt van hoe ze als kind heeft afgezien. Ze heeft zo van die boeken met afbeeldingen van de hel. Dat heeft heel veel indruk op haar gemaakt, dat riep veel angst op. Dus ik denk dat daar de oorzaak van heel wat aspecten van haar gedrag zit. Dus ja, is dat een cultuur? Een religie? Een ideologie? Alle drie, denk ik. En natuurlijk zal het een cultuur en een ideologie zijn wanneer dat op een gezonde, humane manier kan. Maar die vorm heeft zij niet gekend.

Vandaar ook dat ze in de film stelt: “Zodra een ideologie belangrijker wordt dan mensen …”

V. COEN: Je voelt dat religie een vreemde status krijgt als die onaantastbaar wordt. Ik denk dat dat voor haar ook een soort van semantische verschuiving is. Blijkbaar ligt religie nog heel gevoelig in Europa. Ze constateert ook dat islamofobie, de irrationele angst voor de islam, stilaan met racisme wordt gelijkgesteld. En racisme is strafbaar … Dus dat wil zeggen dat een religie viseren strafbaar is …

De titel van jullie documentaire, RIEN N’EST PARDONNÉ, heeft ook een duidelijke religieuze inslag …

V. COEN: Herinner je je het eerste nummer na de aanslag van Charlie Hebdo nog met op de cover “Tout est pardonné!” (Alles is vergeven)? De titel, die daarvan een ontkenning is, werkt op verschillende niveaus, is een metafoor voor het hele parcours dat ze tot nu toe heeft doorlopen. Elke strijd die ze is aangegaan … Haar tegenstanders hebben haar pogen te vernietigen. En dat geldt nog altijd, tot op de dag van vandaag!

Je maakt een portret van Zineb. Wanneer beslis je dan: hier stoppen we?

V. COEN: We zouden stoppen op het moment dat ze een kindje had. Daarom hebben we de abortusscène opgenomen – in het begin – wat dan moest eindigen met Zineb die zwanger is en een kind krijgt. Dat was een structuur die altijd al in ons hoofd zat, gespreid over een periode van vijf jaar.

De aanslag in Parijs van november 2015 zit er nog in, die van Nice ook. De aanslag in Brussel niet.

V. COEN: We waren op dat moment in Parijs. En ja, we moesten ergens een lijn trekken. Waarom niet Istanboel? Waarom niet Bagdad? En toen hebben we gezegd: laten we het bij Frankrijk houden.

Heeft Zineb de film al gezien?

V. COEN: Tijdens de opnames heeft ze ons carte blanche gegeven, ze wou de film alleen maar komen zien op de première. Ze had een blind vertrouwen in ons. In Biarritz op de première heeft ze de film samen met het publiek gezien en ze staat er volledig achter. Ze heeft de film gezien met de blik van het publiek. En dat volstond!

(Uitgeschreven door Jochen De Smet)

Interview Brussel – Millenium Festival, 1 april 2017

Geschreven door FREDDY SARTOR

Vincent Coen & Guillaume Vandenberghe over Rien n’est pardonné

Distributeur: 
Savage Film

Media: 

onomatopee