The Way Back

In sportfilms tilt de belangrijkste bijzaak ter wereld vaak zware metaforen. De uitkomst van een spel, van levensbelang voor sommigen, spiegelt een bestaan gedreven door prestatiedrang. Winnen en verliezen liggen er dicht bij elkaar, handig verpakt in de nagelbijtende spanning van een wegtikkende klok. Basketfilms als ‘Hoosiers’, ‘White Men Can’t Jump’ of ‘He Got Game’ hebben onmiskenbaar een sociale drijfveer. In it to win it.

There’s no I in team”, had federaal minister Alexander De Croo als les onthouden uit de Netflixreeks The Last Dance. Behalve dat allusies op een zichzelf overstijgende groepsgeest in de Belgische partijpolitiek even vals klinken als de ‘Imagine’-cover van Gal Gadot en haar lockdownlotgenoten, had De Croo het citaat niet helemaal correct. Basketgod Michael Jordan vervolgde namelijk met: “But there’s an I in win.” In Amerikaanse teamsporten is het individu nooit weg te cijferen, zeker niet als er financieel gewin berekend wordt. Ook dat toont The Last Dance.

De enthousiaste ontvangst van die docuserie over de succesvolle basketploeg Chicago Bulls in de jaren 90, volgende week toe aan haar laatste twee afleveringen, illustreert hoe in de VS basketbal de gemoederen beroert. Het doet dromen van hoger, verder, meer en beter. Een terugkerende eigenschap van films en series over Amerikaans basketbal is het ‘rags to riches’-verhaal. Voor vele Amerikanen uit de lagere sociale klasse, vooral zwarte jongeren, is succes op het veld de enige manier om structurele problemen buiten de sportzaal te overstijgen. Dat ze dan speelbal worden van het grote geld, meestal van witte eigenaars, blijkt uit Steven Soderberghs High Flying Bird (zie dit Prisma-artikel over de film).

THE WAY BACK van actie- en sportfilmregisseur Gavin O'Connor (Warrior, The Accountant) speelt zich af aan de onderkant van de American Dream. Voor spelers tot in de kleinste steden zijn sportieve prestaties op de high school een kans om uit de armoede te klimmen. Te beginnen bij een beurs voor een universiteit en een opleiding die ze anders nooit kunnen betalen. In THE WAY BACK gaat een katholieke school op zoek naar een vervangingscoach voor hun abominabel slecht presterende basketbalploeg. Hoewel de school het belangrijker vindt haar leerlingen een stevige ruggengraat te kweken dan om succes te behalen, grijpt ze toch terug naar de sterspeler van hun laatste triomfrijke ploeg.

In een zonovergoten openingsscène wordt die Jack Cunningham geïntroduceerd als een robuuste bouwvakker, een eenzaat ook. Het eerste biertje dat hij met gesloten ogen aan de lippen zet, wijst meteen op zijn alcoholprobleem. Op de onderliggende trauma’s is het nog even wachten. Na een eerste weigering, ongeloofwaardig voor elke kijker die ooit na een dramatische scène een bal heeft zien stuiteren in een verlaten sportzaal, gaat Jack al vuilbekkend aan de slag als coach. De bouwwerf verdwijnt uit het oog, als irrelevante couleur locale, en in de plaats schuift Jack achter een bureau in de school. De focus ligt veel meer op Jack (Ben Affleck, zelf bekend met de drankduivel) dan op zijn schematisch geschetste omgeving.

THE WAY BACK behoort tot de deelverzameling van kleinstedelijke basketbalfilms als Hoosiers. Waar grootstedelijke basketverhalen als White Men Can’t Jump hun biotoop vinden in de sportpleintjes en het straatleven, met bijbehorende urban uitdagingen, belichamen Hoosiers en THE WAY BACK het spanningsveld van een kleinere dorpsgemeenschap. Iedereen kent elkaar, sociale controle is even verstikkend als stichtend. Naast de sportzaal is het lokale café steevast een trefpunt voor escapisme en gebroken dromen. Aan de bar halen Jack en zijn drinkebroers na een dag hard labeur herinneringen op aan ooit glorieuze sportprestaties. Net voor hij compleet laveloos neerzijgt, is er telkens die ene oude, betrouwbare vriend die Jack tot aan zijn voordeur ondersteunt en hem bij het afscheid nog een goede raadgeving influistert. De volgende ochtend begint alles opnieuw, met een blikje bier onder de douche.

Die repetitieve handelingen kan Jack maar moeilijk doorbreken. Zijn sociaal-economische en persoonlijke perspectieven reiken niet verder dan het eind van de bar. Hoewel de traumatische redenen daarvoor het weekendfilmgehalte (net) weten te ontwijken, zit ook THE WAY BACK zonder veel overtuiging gekneld in een vast patroon. Terwijl de weerkaatsingen van zonlicht en de helder blauwe hemel een opgeklaard einde voorspiegelen, zakt Jack steeds dieper weg in zijn verslaving. Via enkele verwachte schijnbewegingen houdt de film zich aan zijn doeltreffende formule, maar hij mist narratieve en esthetische flair om zijn verlossingsverhaal werkelijk te laten excelleren. De metafoor weegt te zwaar.

The Way Back is beschikbaar voor thuiskijken bij iTunes, Telenet en Proximus.

Geschreven door BJORN GABRIELS

The Way Back

28/04/2020
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2020
Distributeur: 
Warner Bros

Media: 

onomatopee