Wendy and Lucy

Op maandag 17 februari toont Filmmagie in samenwerking met De Cinema WENDY & LUCY op het grote scherm. De vertoning kadert in het festival 'Mens en dier' in De Studio. We delen onze review die in mei 2010 in print verscheen.

“Als je geen hondenvoedsel kan betalen, moet je geen hond houden”, snauwt een supermarktbediende wanneer hij Wendy op winkeldiefstal betrapt. Deze uitspraak typeert hoe de handeldrijvende middenstand over zwervers met een hond denkt, maar raakt de gevoelige Wendy ook dieper in haar relatie tot haar hond Lucy dan men aanvankelijk vermoedt.

De jonge vrouw uit Indiana is op door doorreis in Oregon, wanneer ze met autopech in het kleine spoorwegstadje Williamsville strandt. Einddoel van haar tocht is Ketchikan in Alaska, waar haar allicht een job in de visconservensector wacht. In haar notitieboekje houdt ze nauwgezet haar luttele uitgaven bij. Maar amper halverwege sputtert de oude Honda Accord tegen. Erg monter verliep de reis niet, maar nu zit het lot Wendy helemaal tegen. Half blut gapt ze een blik hondenvoer uit de rekken in de naburige supermarkt. Waarop ze zonder pardon in de cel belandt en haar hond noodgewongen moet achterlaten. Wanneer ze enkele uren later opnieuw vrijkomt, zit Lucy niet meer vastgebonden aan het rek: geen auto, geen geld, geen hond. En de vicieuze cirkel sluit zich meedogenloos: geen telefoon, geen dienstverlening, geen adres, geen werk.

WENDY AND LUCY volstrekt zich in een rustige, eenvoudige, chronologische vertelstructuur. Wendy rijdt, loopt, slaapt, steelt, cijfert, telefoneert, klapt de roestige motorkap open, zit op de bus of in de cel, raapt flessen voor de leeggoedautomaat, zoekt Lucy, hangt zoekertjes uit of wast zich in het toilet. Toch krijgt het verhaal gaandeweg meer en meer dramatische vorm, waarbij cineaste Kelly Old Joy Reichardt Wendy’s sociale positie abrupt laat kantelen. In de openingssequentie typeert ze Wendy nog als een net meisje met hond, auto en een eigen budget op weg naar een nieuwe job. Terwijl ze de hond in het bos uitlaat, ontmoet ze enkele getatoeëerde landlopers rond een kampvuur. De sociale kloof tussen haar en dat groepje lijkt op dat moment nog erg groot. Maar nauwelijks een scène verder krijgt Wendy door brute autopech van hetzelfde laken een broek.

 

Zij is een van de miljoenen Amerikanen, die door de kredietcrisis met tien riemen naar lagerwal roeit in een wereld die haar regelrecht de marginaliteit indrijft. De reacties van de stadsbewoners liegen er niet om. Men bekijkt de ronddolende vrouw met hond met wantrouwen en is op zijn hoede voor haar eventueel smeekbede naar hulp. Reichardt situeert haar John Steinbeckachtige vertelling in een door de crisis geteisterd stadje naast de spoorweg. De voorbijrijdende goederenwagons herinneren aan films over de grote depressie van de jaren 30, wat WENDY AND LUCY een mythisch vleugje verloren Amerikaanse droom verleent. Ook Wendy zal zich uiteindelijk verstoppen in zo’n goederenwagon om als clandestiene passagier naar de andere kant van de States te reizen.

De portrettering van een marginale samenleving krijgt door de huidige economische context een politieke duiding. maar daar is het de cineaste in feite niet om te doen. Reichardt houdt het bij het registreren van Wendy’s droevige lot tijdens haar gedwongen driedaagse verblijf in het onooglijke stadje. Hierbij laat ze de kijker zijn eigen (verhelderende?) associaties maken. Zo wordt in de confrontatie tussen Wendy en de supermarktbediende voelbaar hoe relatief de consumptiewetten zijn in een economisch klimaat waarin de waarde van het geld instort. Elke politieke conclusie hieromtrent komt louter op rekening van de kijker. In de opeenvolgende scènes ondergaat de jonge vrouw schijnbaar gelaten de neerwaartse spiraal waarin ze terechtkomt. Maar in het toilet van het tankstation, waar ze zich wast en omkleedt, kan ze - eindelijk weg van de straat en ergens veilig binnen - kortstondig uiten wat er in haar omgaat na een akelige nacht. Door het feit dat Reichardt Wendy’s situatie zonder franjes filmt, winnen zulke scènes aan intensiteit. Dat komt ook tot uiting in de manier waarop Wendy op de vermiste Lucy roept. Vermits de film geen muziekscore heeft, klinkt Wendy’s kreet snerpender, net zoals het geneurie waarmee ze zichzelf moed en rust toezingt of het onheilspellende geroffel van de goederenwagons over de treinsporen. En omdat Wendy’s contacten met de omgeving meestal neutraal en afstandelijk zijn, komt dat ene affectieve moment waarop ze van een beveiligingsagent enkele dollars toegestoken krijgt, zoveel krachtiger over.

WENDY AND LUCY is het type onafhankelijke film waar Robert Redfords Sundance Institute borg voor staat: klein budget (200.000 dollar) gekoppeld aan een minimalistische stijl, ongedwongen acteurspel, zonder glamour met ingehouden emoties, maar met een humane ondertoon, natuurlijk licht en lange plans met gevoel voor sfeer en detail. Geen sociale vooroordelen. Oog voor het lokale leven bij voorkeur uit de Northwest. Dat register van filmkwaliteiten zou niet functioneren, moest er geen wonderlijke osmose zijn gegroeid tussen de cineaste en haar hoofdrolspeelster. Michelle Williams (Heath Ledgers weduwe en tegenspeelster in Brokeback Mountain) maakt met haar lichaamstaal en gelaatsuitdrukking duidelijk wat Reichardts camera discreet suggereert. In haar afgesneden jeans en met haar zelf bijgeknipt kapsel, brengt ze de tegenstrijdigheden van haar personage in balans: hulpeloos maar onafhankelijk, machteloos maar doelbewust, vernederd maar waardig. Vooral in het serene opofferingsmoment aan het slot verheft Williams de film naar een niveau vergelijkbaar met dat van Le silence de Lorna van Dardennes. WENDY AND LUCY, klein filmbudget, maar hoog filmgehalte.

Geschreven door DIRK MICHIELS

Wendy and Lucy

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2008
Distributeur: 
Cinéart

Media: