Whiplash

Want op een afgebrande aarde groeien de beste bomen, moet gerenommeerd muziekleraar Fletcher gedacht hebben toen hij zijn didactische principes op punt stelde. Zo beheerst als zijn uiterlijk doet vermoeden, zo tiranniek is zijn beleid aan de beste muziekschool van Amerika; voor alles eist hij een ijzeren discipline. Tot de pupillen van zijn jazzensemble behoort de 19-jarige ambitieuze jazzdrummer Andrew Neimann, door nachten lang, tot bloedens toe in de schoolkelders te repeteren. Maar toegelaten worden betekent geen vrijgeleide tot faam of zekerheid, zo merkt Andrew al snel. Wat volgt is een intensieve, afmattende strijd waarin hij zichzelf moet bewijzen: urenlang zoeken naar het juiste tempo, naar Flétchers juiste tempo.

De leraar die daarbij zijn leerlingen niet alleen fysiek, maar ook mentaal mismeestert en vernedert, in de zoektocht naar groots talent, naar ‘de nieuwe Charlie Parker’. Anders dan recente muzikale films belicht de dertigjarige filmmaker Damien Chazelle met zijn tweede film het competitieve aan professioneel muziek maken. Naar analogie met sport- en vechtfilms, want WHIPLASH is geen muzikale biopic of documentaire. Meer Fight Club dan Jersey Boys dus. Meer The Wrestler dan Inside Llewyn Davis. Die benadering is uniek, het resultaat een staal van sektarisch geweld; de tirannie van Fletcher is daarbij erger dan van een coach, gelijk aan die van een legerleider.

Slopend, en dat mag de kijker geweten hebben. Want de donkere schoolsetting - met beelden van oranje over bruin tot zwart - waarin zowat de hele film zich afspeelt, accentueert en belichaamt Andrews isolement. Alsmaar verder weg van de realiteit en daarbij ook weg van sociaal contact en liefde, die hij aan de kant schuift door zichzelf op dat vlak te ontspinnen als ...een Fletcher. WHIPLASH is een logische stap in de carrière van de filmregisseur; zelf drummer geweest stond in zijn eerste film Guy and Madeline on a Park ook jazz centraal. Het was wachten tot 2012 om die eigen schoolbandervaringen in een film te gieten: “Ik kan me nog altijd levendig de nachtmerries herinneren, de misselijkheid,” licht de filmer toe, “de overgeslagen maaltijden, de dagen vol angst. Terugkijkend vraag ik me af hoe en waarom dat zo gebeurde.”

Die hamvraag goot Chazelle eerst in een kortfilm, ook Whiplash getiteld (naar een tot de perfectie gerepeteerd lied in de film), en vervolgens in deze beklemmende langspeler waarin hij de kijker meesleept in een associatie met Andrew. Je snapt bijna waarom hij zich na een auto-ongeval alsnog uit het vernielde wrak worstelt en gewond, bijna psychotisch, zijn tocht naar een jazzconcours te voet verderzet. Eiste Fletcher in de film al het uiterste van zijn leerlingen, zo ook eisten de acteurs alles van zichzelf.

De van relatief luchtige films bekende J.K. Simmons (Juno onder meer) ontplooit zich tot de tirannieke Fletcher, goed voor een eerste Oscarnominatie. Voor Andrew werd Miles Teller gekozen, die na zijn eerste – naar eigen zeggen blozende – rol naast Nicole Kidman in Rabbit Hole, over Divergent en Project X nu ook bewijst een innerlijke strijd te kunnen belichamen. Teller drumt de filmminuten grotendeels zelf vol, het druppelende zweet (echt) klinkt verwoest op de bas drum, het bloed (ook echt) bezwerend op de cymbalen. Maar het gaat verder: de jonge acteur brak op de set twee ribben tijdens de finale scène en de klappen die hij kreeg van Simmons zijn ook echt.

Chazelle drukt met WHIPLASH zijn stempel als nauwgezet filmmaker. Niet in het minst door die uitgekiende casting en het verbeelden van een op de eigen angsten gebaseerde problematiek. Wat zijn climax bereikt in een minutenlange, muzikale finale. Een battle waarin pas echt de paradox van Fletchers betoog weerspiegeld wordt: jazz is en blijft – zoals Ginsberg reeds optekende – een uiting van non-conformisme, van rebellie.

Geschreven door SARAH SKORIC

Whiplash

18/02/2015
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
Sony Pictures

Media: 

onomatopee