Whitney: Can I Be Me

Met WHITNEY: CAN I BE ME maakte Nick Broomfield een portret dat de wens van Whitney Houston ("Ik wil herinnerd worden als een heel aardig persoon") respecteert en haar voorstelt als een spontaan en warm mens. Een door de industrie tot popicoon omgevormde gospelzangeres met een fenomenale stem. Tot het leven en verslavingen hun tol eisten.

WHITNEY: CAN I BE ME opent met geluidsopnamen van een 911-oproep (over een bewegingsloze 49-jarige vrouw in het Beverly Hills Hilton Hotel), beelden van zenuwachtig rondlopende hulpdiensten en flikkerlichten, helikopterbeelden van de omgeving en een stem die in voice-over poneert: “They said Whitney Houston died from a drug overdose, I know she died from a broken heart.” Genoeg om enkele alarmbellen te doen afgaan. Hier lijkt een documentaire te gaan bezwijken onder een overdosis sensatiezucht en sentimentalisme. Zeker wanneer het verderop pathetisch “She changed history and paid a price for it” klinkt.

Maar ondanks dergelijke dooddoeners valt het al bij al best mee. Regisseur-scenarist Nick Broomfield (van de documentaires Kurt & Courtney en Biggie & Tupac en het oorlogsdrama Battle for Haditha) weet de clichés van de klassieke 'rise and fall'-biografieën grotendeels te vermijden en focust hardnekkig op de mens achter de superster. Met nooit vertoonde achter-de-schermenbeelden die Rudi Dolezal opnam tijdens Whitneys Europese tour van 1999, fragmenten uit interviews van de zangeres, livebeelden van optredens en interviews met vertrouwelingen tracht hij vooral een psychologisch portret van de zangeres te schetsen.

Daarbij komen onzekerheden die stammen uit haar jeugd aan bod, alsook de rol van haar dominante moeder Cissy (die zelfs jaloers was op het succes van haar dochter), de complexe relatie met haar vader (met wie ze op het einde van zijn leven in een financieel conflict verwikkeld was), de destructieve relatie met Bobby Brown (ze haalden het slechtste uit elkaar) en de impact van vriendin Robyn (een hechte vriendin die uiteindelijk onder druk van haar omgeving wegviel). Het beeld van de onzekere, kwetsbare en eenzame zangeres verklaart gedeeltelijk hoe ze door slechte keuzes en afhankelijksheidsproblemen de greep op haar stem en ook haar leven verloor. Broomfield wijst ook op de verantwoordelijkheid van Houstons hofhouding: “Er is niemand in haar kring die niet verantwoordelijk is voor de ondergang van die mooie vrouw”, stelt een man die werd ingehuurd (maar even snel weer werd afgevoerd) om een doorlichting te maken van Houstons begeleiding. Met het succes groeide immers ook de groep mensen (waarbij ook haar ouders hoorden) die geld verdienden aan haar en er alle belang bij hadden dat het fabriekje Whitney Houston bleef draaien. Ongeacht de noden, verlangens en fysieke en geestelijke limieten van deze jonge vrouw die eigenlijk enkel wilde zingen. Want niet toevallig stelde Houston: “Mijn dierbaarste herinneringen zijn toen ik als twaalfjarige gospelliederen zong in de kerk.” Een muziekcarrière was nooit haar droom: “Ik wilde mijn ouders niet teleurstellen en God hield me in de gaten.”

Naast Houstons persoonlijkheid en de rol van haar omgeving ziet Broomfield nog een verklaring voor haar ondergang (die er ook voor zorgde dat haar dochter Bobbi Christina “geen kans had” en een tragisch kort leven zou kennen): de druk van de buitenwereld. Houston zat in een 'no win'-situatie: voor de hippe muziekscène miste ze street credibility omwille van haar 'commerciële' muziek en de traditionele, gelovige, zwarte gemeenschap voerde de druk enorm op omwille van haar 'ongepaste' relatie met haar 'rechterhand' en toeverlaat Robyn. Voor beide groepen primeerde het eigen gelijk op de mens Whitney Houston. “Er waren problemen met drugs in die familie - haar broers waren stevige gebruikers - en men focuste op haar geaardheid”, zegt een vertrouweling schuddebollend. Terwijl haar bodyguard benadrukt hoezeer Houston kapot was van het boegeroep toen ze tijdens de Soul Train Awards als winnares werd afgeroepen. Hij onderstreept ook dat Houston met de externe druk en haar identiteit worstelde. “Vaak zei ze tegen me: 'Can I be me?'.”

De verdienste van de Brit Nick Broomfield is dat hij als outsider met WHITNEY: CAN I BE ME ook op de olifant in de kamer wijst: het racisme in de Amerikaanse samenleving en de gevolgen die dat heeft voor het leven en de loopbaan van Afro-Amerikanen. Zaken die doorgaans onvermeld blijven in Amerikaanse documentaires, maar waarvan insiders in de film- en muziekindustrie zich maar al te bewust zijn. Meer nog, waar nadrukkelijk op wordt ingespeeld, zoals Broomfield duidelijk maakt. “Hoe werd Whitney in de blanke markt gezet?” zegt Tony Anderson (hoofd van de promotieafdeling bij Arista Records). “Door niet meer naar het verleden te kijken. Daar hielden we ons aan. (...) We wilden geen vrouwelijke James Brown, we wilden Barbra Streisand. Ze deed dat heel goed, ze had klasse. Haar moeder was Cissy Houston, haar tante Diane Warwick, maar ze was altijd Whitney.”

Enig minpunt aan WHITNEY: CAN I BE ME: de muziek en het talent van Whitney Houston komen onvoldoende aan bod. Bij het focussen op de aftakeling van de zangeres worden zowel haar markante songs als legendarische vertolkingen uit het oog verloren. Met name haar intense, passionele vertolking van 'The Star-Spangled Banner' en de liveversie van 'Greatest Love of All' voor de uit Irak terugkerende militairen. Die song was ook sterk autobiografisch, een schreeuw uit het hart, een wensdroom ook: “I decided long ago never to walk in anyone's shadows; If I fail, if I succeed; At least I lived as I believed; No matter what they take from me; They can't take away my dignity; Because the greatest love of all is happening to me; I've found the greatest love of all inside of me.” En met haar, door Broomfield aangekaarte, immense liefde voor haar dochter in het achterhoofd: “I believe the children are our future; Teach them well and let them lead the way; Show them all the beauty they possess inside; Give them a sense of pride to make it easier.” Een artiest vertelt veel over zichzelf via zijn kunst en daar had Nick Broomfield beter gebruik van kunnen maken. Wat niet belet dat WHITNEY: CAN I BE ME een boeiende documentaire is.

Geschreven door IVO DE KOCK

Whitney: Can I Be Me

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Periscoop

Media: 

onomatopee