Wonder Wheel

Is WONDER WHEEL de laatste film van Woody Allen die de zalen haalt? Best mogelijk nu de 82-jarige filmmaker opnieuw onder vuur ligt omwille van misbruikbeschuldigingen, een boycotactie hem uit Hollywood dreigt te verbannen en Amazon twijfelt over de release van ‘A Rainy Day in New York’. Het zou, met Allens donkerste drama ooit, een ‘passende’ exit zijn.

Coney Island met zijn grote rad, zijn Wonder Wheel, blijft ook in zijn huidige staat van vergane glorie een mythische plek. Zeker voor New Yorkers die er, zoals de gang in Walter Hills moderne Griekse drama The Warriors (1979), graag ‘thuis’ komen. Zo ook Woody Allen, die al in het komische Annie Hall (1977) en het melancholische Radio Days (1987) aangaf dat zijn roots in het attractiepark liggen. In de schaduw van de achtbaan ontwikkelde er zich naar eigen zeggen in zijn geest “een nervositeit, een moeilijkheid om fantasme en werkelijkheid te onderscheiden”.

Niet toevallig eindigt de epiloog van WONDER WHEEL, na een in blauwachtige tristesse badend beeld van het reuzenrad, met twee alter ego’s van Woody Allen. Enerzijds een beschadigde (monsterlijke én menselijke) moeder die weer bij af is na een emotionele rollercoaster en nuchter stelt dat haar diensterkleed gewassen moet worden. Anderzijds haar zoon, een cinefiel en pyromaan die het niet kan laten een vuurtje te stoken op het strand. Gedoemde figuren met een schaduwzijde. Allens zoveelste zelfportret mag dan door DoP Vittorio Storaro ongewoon felgekleurd zijn, het is ongemeen bitter en donker geworden. Zo pessimistisch als Match Point (2005), maar zonder de melancholie en het exotisme van die ‘Europese’ film.

Toegegeven, een grote fan van de sterk narcistische en weinige filmische cinema van de zich (te) nadrukkelijk als trieste clown profilerende Woody Allen zijn we nooit geweest. Ondanks bejubelde films zoals Annie Hall, Manhattan, Stardust Memories, Husbands and Wives, Hollywood Ending en Blue Jasmine. Maar één meesterwerk koesteren we wél: Zelig, de ‘valse documentaire’ uit 1983 over een kameleonman die als acteur opgaat in elke omgeving en zo blijft opduiken bij historische figuren en op markante momenten. Mia Farrow speelt er een psychiater die verliefd wordt op patiënt Woody Allen, een man die bij gebrek aan een persoonlijkheid kan fungeren als spiegel voor de grandeur en miserie van de mensheid en het mens-zijn.

Boeiend aan Zelig is Allens reflectie over de functie van film(kunst) en de rol van persona in een wereld waar illusie en realiteit meer en meer door elkaar lopen. Bovendien legt Zelig de ‘stomme’ en fysieke roots van de komische film bloot. Allen groeide op met de fysieke cinema van Buster Keaton, Harold Lloyd, Laurel & Hardy en Charlie Chaplin en trachtte aanvankelijk slapstick te integreren in zijn films. Van de spermarace in Everything You Always Wanted to Know About Sex (1972) over ‘De Dood’ in Love and Death (1975) tot de weerbarstige kreeft in Annie Hall.

Maar Freud kreeg naast Hollywood ook New Yorker Allen in zijn greep en dat resulteerde in trips door de menselijke geest die de donkere kant van zijn personages en alter ego’s gingen belichten. Aanvankelijk naar het voorbeeld van Ingmar Bergman (Interiors, Hannah and Her Sisters), maar snel als toepassing van een narcistisch sjabloon, een zelfgenoegzame en luie formule die het toeliet om jaarlijks een film van de Allen-productielijn te laten rollen. Films waarin de dramatische conflicten steeds nadrukkelijker meer psychologisch dan fysiek werden. Probleem daarbij was dat Allen het allemaal nogal letterlijk nam. Terwijl andere filmmakers via de handen of de blik van een personage blootleggen wat er in de geest van mensen speelt, maakte Allen daar in zijn ‘humoristische’ benadering tics van. Waardoor het eerder potsierlijk dan authentiek, eerder hysterisch dan emotioneel overkwam.

Door met Blue Jasmine (2013) aan te sluiten bij de Amerikaanse literaire traditie van meesters van de somberheid en wanhoop Tennessee Williams (A Streetcar Named Desire) en Eugene O’Neill (The Long Voyage Home) slaagde Allen er voor het eerst in de toon en de stijl van zijn werk beter op elkaar af te stemmen. Ook al zorgt zijn behoefte om een signatuur aan te brengen toch nog voor uitschuivers. Dat is bij WONDER WHEEL niet anders. De kracht van dit in de jaren 50 gedrenkte melodrama is de gedoemde somberheid die vooral Kate Winslet toelaat een beklijvende tragische antiheldin neer te zetten. De zwakte is evenwel dat Allens erg theatraal aangezette metaforen vooral ‘liefdesobject’ Mickey (Justin Timberlake) tot een bordkartonnen figuur herleiden.

WONDER WHEEL vertelt het verhaal van een gefrustreerde veertiger, would-beactrice Ginny (Winslet), die als dienster werkt in een diner van het attractiepark en samen met haar alcoholistische man Humpty (James Belushi) woont in een appartement met zicht op Coney Islands grote rad. Ze voelt zich aangetrokken tot de jonge redder Mickey (Timberlake). Omdat ze de illusie koestert dat hier een relatie (lees: uitweg) in zit, raakt ze helemaal van streek wanneer Humpty’s dochter Carolina (Juno Temple), op de vlucht voor haar gangster-echtgenoot, ook interesse toont. Ginny verliest de pedalen en haar jaloezie leidt tot een drama. Terwijl op de achtergrond haar ‘vurige’ zoon Richie vruchteloos om aandacht smeekt.

Wanhoop, liefde, vernedering, mishandeling en wraak: de grote emoties staan centraal in WONDER WHEEL en Ginny lijkt zowat het leed van de wereld te dragen. Plus de angsten en dromen van de fifties. Kate Winslet smijt zich met overtuiging, geholpen door Vittorio Storaro. De DoP die Allens Café Society (2016) nog enigszins genietbaar hield, kiest voor een nadrukkelijk expressionistische aanpak waarbij de belichting de gedachten van de personages accentueert en het kleurenpalet emotioneel leven injecteert in de decors. Een perfect kader om van Ginny een complex personage te maken.

“Iedereen heeft zijn redenen”, wist de Franse filmmaker Jean Renoir en dat wordt geïllustreerd in WONDER WHEEL. Ginny doet iets gruwelijks (door iets niet te doen), maar we begrijpen haar redenen. Ze is immers wanhopig, jaloers en eenzaam. Haar interne conflict is af te lezen van Winslets gelaat. “Tennessee Williams zei dat enkel bewuste wreedaardigheid onvergeeflijk was”, benadrukt Woody Allen in Le Monde. “Wanneer je dieper graaft bij iemand die iets slechts gedaan heeft, merk je dat er redenen zijn. Ze hebben gedaan wat ze konden, maar maakten fouten en verschrikkelijke keuzes; ze hebben iets afschuwelijks gedaan, maar het heeft hen verwoest ...”

Net zoals bij Foxtrot van Samuel Maoz schuilt in de titel WONDER WHEEL een overduidelijke symboliek. De dansers komen altijd op eenzelfde plaats uit en ook het wiel keert steevast terug naar zijn startpunt. In beide gevallen wordt de absurditeit en de tragiek van het bestaan op theatrale wijze uitgedrukt. Rebels en progressief is deze cyclische visie niet echt, maar ze opent wel het pad naar surrealisme en tragiek. En bij Woody Allen injecteert ze emotioneel leven in zijn cinema.

“Het grote rad is een metafoor voor het leven”, stelt Allen. “Vandaag gaan we naar de maan en naar Mars, we ontwikkelden computers en robots, maar we hebben dezelfde emotionele problemen als de Grieken vijfduizend jaar geleden: passie, jaloezie, haat, eenzaamheid, liefde en frustratie. Niets is veranderd. Alles draait rond en rond, en binnen vijfduizend jaar zal dat, ondanks de miraculeuze wetenschappelijke vooruitgang, nog zo zijn. Mensen gaan blijven verliefd worden, jaloers zijn en zich verraden voelen. WONDER WHEEL is het grote rad dat nergens heen leidt. De vader is gebonden aan zijn dochter, de dochter huwt met iemand tegen de wil van de familie, de stiefmoeder gaat in competitie met de dochter ... Of je nu Shakespeare of Eugene O’Neill bent, dat is de grondstof voor tragedies. Daarvoor gaan we naar het theater of de bioscoop.”

De donkere toon, het pessimisme van WONDER WHEEL is opmerkelijk, zelfs voor een filmmaker die altijd al vraagtekens plaatste bij de zin van het leven. “Zoals bij het grote rad is het behelpen voor iedereen”, stelt Allen. “De truc is een reden te vinden om te leven: een God die je komt redden, werk dat je overleeft ... Maar dat zijn enkel palliatieve middelen. Ik denk dat er in onze genen een reflex zit die ons aanspoort om te overleven. Zelf zoek ik afleiding. Films maken werkt bij mij zoals mandjes vlechten werkt bij psychiatrische patiënten: het kalmeert me. Ik heb mijn leven doorgebracht in een irreële wereld. Als kind ging ik dagelijks naar de bioscoop, waar ik Humphrey Bogart zag, en een wereld waar alles mooi was. Als volwassene ben ik films gaan maken en bleef ik in die irreële wereld vertoeven. Ik counter mijn existentiële angst door genoeg basketwedstrijden te bekijken en genoeg films te maken.” Kortom, voor Allen moet het wiel blijven draaien. Vraag is of de #MeToo-realiteit daar geen stokje voor zal steken.

FILM: *** / geen extra's

Wekelijks kiest Ivo De Kock een dvd- of bluray-release om te bespreken. Meer dvd- en blu-raybesprekingen vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandblad, te koop in deze verkooppunten of te verkrijgen met een abonnement.

Geschreven door IVO DE KOCK

Wonder Wheel

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Paradiso

Media: 

onomatopee